Triode Dick's Page
Ceasar II
...Een nieuwe oude keizer...
deel 1
update: 23-11-2009

De Keizer is dood...eh, afgetreden, lang leve de Keizer...
Eindelijk, na 6 jaar heeft de oude Ceasar een waardige opvolger gekregen in de vorm van Ceasar II. De eerste Ceasar stond aan de basis van de latere Big C, Attilla en natuurlijk de Little C(easar). Maar zelfs de laatste is inmiddels naar een niveau geëvolueerd dat de oude keizer en ook de Big C voorbij is gestreefd.
Waarom Ceasar II? Ik heb toch al de superdeluxe Attilla, met z’n volzilver gewikkelde uitgangstransformatoren, of de stevige Goliath, met de 211 eindbuis en joekels van Tango X10 UGT’s. En de al genoemde Little C, die misschien klein is vergeleken met de grote single ended jongens, maar veel groter klinkt dan zijn naam suggereert. Het is in alles een ‘echte’ single ended 300B versterker.
Het werd hoog tijd om me weer eens met een echte klassieke 300B versterker bezig te houden. Geen dubbel vermogende opgevoerde XLS buizenbak, gewoon 8, 9 simpele wattjes, maar wel van de allerhoogste kwaliteit... Ceasar II is dus beslist geen budget versterker. Er is een speciale trafoset voor ontwikkeld, en verder zijn er alleen maar supermooie, wel met aandacht voor de goede verkrijgbaarheid, onderdelen gebruikt. voor de UX4 buishouder gaan we op zoek de beste eindbuis. Een echt Cost No Object project.
CNO…pfff, weg er mee…
Cost No Object gezever... Nou, zul je denken: dat gaat dus aan mijn deur voorbij, weer zo’n duur k**ng, onhaalbaar voor m’n hobbyknip... Maar bedenk even dat we wel met een zelfbouwhobby bezig zijn. Een cost no object project, wat niks meer of minder betekend dat de hand niet op de knip werd gehouden om de versterker naar wens te krijgen, is in de zelfbouw is nog steeds iets totaal anders dan dezelfde kreet bij een kant en klare fabrieksversterker... Voor het geld wat nodig is om de CII te bouwen heb je in de winkel nog steeds niet meer dan een 'middle off the road' versterker, om maar even met engelse uitdrukkingen te blijven strooien. CII is uiteraard kostbaarder om te bouwen dan een Little C, maar onbetaalbaar zal het nooit worden.
CII 300B spin off?
Ceasar
II heeft nog aardig wat veroorzaakt. Gaandeweg het bouw/luister/tweakproces
werd het idee opgevat om weer eens met een nieuwe 300B test te beginnen.
Het is al weer eventjes geleden dat ik me daar druk voor maakte en toen
was het aantal hedendaags geproduceerde 300B buizen bij lange na niet wat
het inmiddels is. Om kort te zijn: het is inmiddels uitgegroeid naar een
echte Grote 300B Eindbuistest. Er zijn momenteel 12 verschillende
merken en types in huis, mede dank zij de prettige medewerking van verschillende
toeleveranciers.
Onder
andere de laatste 300B meshplate van Emission Labs, een vreselijk mooie
buis, de exclusieve EAT, uiteraard de Western Electric, zonder wie geen
enkel 300B onderzoek compleet zou zijn. Verder onder andere de bekende JJ,
Electro Harmonics, Full Music, Shuguang triodes. Er wordt uiteraard niet
alleen op de Ceasar II versterker getest, zou het wel heel beperkt en eenzijdig
maken. Nee, er zijn maar liefst een viertal versterkers voor in huis/nog
in aanbouw. Met verschillende drivers, biasmethodes, uitgangstransformatoren
enz. Het onderzoek loopt momenteel al bijna een jaar, is nu goed op de rit,
maar nog lang niet klaar. Ofwel, het is inmiddels dus al compleet uit de
hand gelopen... maar niet minder boeiend.
Mocht
je nog een buis missen in het rijtje? Ik ontvang een paartje kandidaten
met open armen. Hoe meer zielen....eh... 300B's, hoe meer vreugd en gewicht
het deze monstertest geeft. Wat ik er verder al over kwijt kan: echt slechte
exemplaren ben ik nog niet tegengekomen. Met de meest betaalbare 300B is
het al goed leven. Er steken er wel een paar lekker bovenuit.... En de al
dan niet speciaal voor deze gelegenheid uitgedachte nieuwe versterkers zie
je binnen afzienbare tijd ook nog op deze site verschijnen. Eentje ervan
wordt in de komende Elektor Audio Zelfbouw Special gepubliceerd (wat ik
gehoord heb komt die in december 2008 uit).
Eerst nieuwe uitgangstrafo uitdenken....
De uitgangstransformator
blijkt de grootste uitdaging. De wens is een amorfe kern UGT die zowel bij
20 Hz optimaal presteert als bij de hogere frequenties. De eerste twee prototypes
zijn verre van verkeerd, klinken verfijnd en meten ook goed. Maar 20 Hz
op vol vermogen zit er (nog) niet in. Tot 40 Hz gaat het meestal wel goed
met single ended uitgangstrafo’s, dan begint de DC verzadiging zijn
tol te eisen en de vervorming toe te nemen. Als er dan bij 20 Hz nog eenderde
of de helft van het maximale vermogen wordt gehaald zijn we vaak al blij.
Dat maakt de UGT op zich niet beroerd, maar zou daar niet een verklaring
kunnen zitten van het vaak wat minder strakke laag in de laagste oktaven?
Een kern van amorfe materiaal is daar nog weer extra in het nadeel omdat
het veel sneller in de verzadiging gaat. Vandaar de al grotere kernen die
je bij amorfe trafo's ziet vergeleken met een band of EI kern. Een gewone
band of EI silicium ijzer kern is domweg minder gevoelig voor dit fenomeen.
Na het tweede exemplaar, met een aangepast wikkelrecept, waar klankmatig
al weinig op aan te merken valt, maar nog steeds die allerlaagste frequenties
nog niet zijn wat we voor ogen hebben, wordt er overgeschakeld op een verdubbeling
van de toch al niet kleine kern. Dat geeft wel een zwaar joekel van een
UGT, maar het ziet er meteen hoopgevender uit. Er wordt veel met de dikte
van de luchtspleet gevarieerd om verzadiging en bandbreedte te bestuderen.
Het wikkelschema wordt nog eens verder bijgeslepen en ja, bij trafo nummer
nummer 8 is het raak.
Een
sublieme laagweergave en mooie eigenschappen voor de hoge frequenties. Hoewel
ook wel weer blijkt dat je niks voor niks krijgt en het -3 dB punt in het
hoog enkele tientallen kHz in heeft moeten leveren. Weer de 'kleine' kern
rond 100 kHz zit, moet de fysiek grotere broer het met ongeveer 60 kHz doen.
Wat nog steeds zeer acceptabel is. Maar het doel: een gebalanceerd presteren
over het gehele gehoorgebied is geslaagd. De vervormingcijfers zijn nu de
laagste van alle geteste trafo’s. De trafo’s die, uiteraard
naast het wassende aantal prototypes, ter vergelijk steeds meededen op de
meetbank waren amorfe types uit de vorige generatie, een grote bandkern
en een drietal fameuze Tango’s, uit de oude 'made by Hirata' serie.
Na trafo 8 worden er nog
een paar afwijkende dingen geprobeerd maar beter wordt het niet meer. Uit
dit arbeidsintensieve onderzoek zijn in ieder geval drie trafo’s over
gebleven die de oude amorfe serie beduidend verbeteren. De beste is wel
groot en zwaar geworden (Voor de duidelijkheid: op de bovenstaande foto's
is de 'kleine' UGT nog op de versterker gebouwd. Alleen op de foto met de
gloeiende Full Music buis zie je de grotere uiteindelijke uitvoering). Het
resultaat is een 300B versterker met meer controle en druk in het laag met
de voordelen die we al kennen van amorfekern trafo's.
De versterkerschakeling…
Eén van mijn mooiste ontdekkingen op buisgebied van het afgelopen jaar is wel de Russische 6N30P. Het blijkt niet voor niets dat bijvoorbeeld Audio Research en Conrad Johnson deze buis gebruikt in hun beste versterkers. In een Mu-stage gebruikt is er een grote spanningzwaai te halen, met een prettige lage vervorming en een lage uitgangsimpedantie. Dat stuurt een buis als de 300B krachtig aan zonder enig last te hebben van bandbreedtebeperking die door de Millercapaciteit wordt veroorzaakt.
De driverschakeling is verder niet zo veel verschillend met die uit de Attilla of Goliath versterkers, die verschillen door het gebruik van de klassieke 27 triode, een andere persoonlijke favoriet. De Little Ceasar krijgt de 6N30Pbuis ook nog in plaats van de nu gebruikte 5687, een buis die op zich prima is, maar in vergelijk met de 6N30P minder transparant en levendig is, wat zich vooral in het middengebied en sprankeling in het hoog laat beluisteren. Zo trekken de verschillende versterkers zich steeds weer verder op aan nieuwe ontwikkelingen van hun broers.
De voeding van de Ceasar
II gaat weer een stapje verder. Als er strak diep laag moet kunnen worden
weergegeven moet de voeding daar geen begrenzende factor in zijn. De voedingtransformator
is ook een special, gewikkeld op een bandkern. De smoorspoel is uiteraard
compromisarm ook met amorfekern uitgerust. De beide Black Gate WKZ dubbel
condensatoren mogen de afvlakking en buffering verzorgen. De ene helft van
de 47 uF BG zit voor de choke, de andere helft zorgt voor de ontkoppeling
van de drivertrap. Daartussen zit de 100 + 100 uF WKZ met beide delen parallel
geschakeld. Dit alles levert een superieure stabiele voeding op.
Luisteren en voicen…
Na een paar dagen continu
op spanning, nodig om de Black Gate voeding een beetje op toeren te laten
komen, mag de Ceasar II op het audiorek. De eerste indruk is niet slecht,
helemaal niet. Laat ‘m maar een weekje lekker spelen. De versterker
heeft een fris karakter, waarvan ik hoop dat het nog een beetje beter in
balans komt met het midden en laag. De laagweergave is om door een ringetje
te halen. Als mensen vertellen dat een single ended versterker geen diep
en strakke laagweergave heeft, ik heb ze ook wel horen modderen, hebben
ze die ervaring opgedaan met een niet ideaal exemplaar van deze soort. Het
laag is ronduit schitterend. Nooit boemerig of uitsmerend.
Twee weken later…
Dat was beslist geen moeilijke
tijd, maar ik had wel wat puntjes die beter moeten. De oorspronkelijke Auricaps
gingen er uit voor de weliswaar veel kostbaardere maar ook wat vriendelijker
Audio Note koperfolie papier in olie koppel condensatoren. De Auricap is
hier minder op zijn plek. Gecombineerd met een vriendelijker rondere 27
of ECC99 buis gaat het perfect maar hier werd het allemaal een beetje te
puntig. In ieder geval in mijn combinatie van apparatuur en luidsprekers.
Nou, dat was precies wat de dokter voorschreef. Het midden kreeg meer body
door het iets meer ronde karakter en het hoog kreeg net meer zijde in de
weergave.
Niet
te vergelijk overigens met de karaktertrekken van de Jensen aluminium pio’s
van 15 jaar geleden. Die wisten het geluid echt te modificeren en een eigen
karakter op te dringen. Dat kon net zo goed compleet mis gaan als zegenend
zijn. De huidige koperfolie c’s zijn daarmee niet meer te vergelijken
en bijna perfecte dingen. Maar ja, vier van die dingen in deze versterker
betekend zo weer 160 euro lichter in de knip… Maar het experiment
is er mee geslaagd. Later ontdekte ik de Russische olie condensatoren, die
heel veel van de klasse van de AN in zich hebben. Dat is een perfect alternatief
voor de kostbare koperfolies voor een fractie van de aanschafprijs. De bedoeling
is overigens om nog een omschakelbare condensatortest te doen die ook leuk
is voor vergelijkingen die door bezoekers beoordeeld kunnen worden…
Nog veel later...
Inmiddels speelt de Ceasar II al weer ruim anderhalf jaar in een ongewijzigde opstelling.
Wordt
snel vervolgd...



| Ceasar II deel 1 | Beschrijving |
| Ceasar II deel 2 | Beschrijving |
| Ceasar II deel 3 | Opbouw van de versterker deel 1 |
| Ceasar II deel 4 | Opbouw van de versterker deel 2 |
| Schema 1 | Versterker schakeling |
| Schema 2 | Voedingschakeling |
| Metingen | Metingen aan de versterker |
| Links: | Waar kocht ik de onderdelen voor CII?... |
| www.ae-europe.nl | De maker van de trafoset en leverancier van buizen, behuizing, condensatoren, bedrading, schakelaars, cinchdelen, eigenlijk alles wat nodig is voor het bouwen van deze versterker.. |
| Duncan's amp pages | Mooie software voor buizenliefhebbers.. |
| Home | Terug naar de Triode Dick homepage... |
Nog vragen? Even mailen.