Triode
Dick's Page De voeding... Dat de gebruikte elektronica niet de bottleneck mag vormen, mag duidelijk zijn, anders heeft het nog weinig zin om zoveel werk in de UGT te steken.
Natuurlijk, ik weet ook wel dat het een lachertje is dat elco's voor zo veel geld aan de man gebracht worden,en let voor de gijn eens op de heftige prijsverschillen bij de toeleveranciers.. Wat zouden deze c's werkelijk kosten, direct vanaf de productieband? Maar er is geen echt alternatief voor deze condensator wat veel voordeliger uit valt. Het verdwijnen van de Elna Cerafine heeft daar ook niet echt aan meegeholpen. Het gebruik van dit model C’s maakte het mogelijk dat de Little Ceasar zo’n mooie korte bedrading kon krijgen. Ook deze Black Gates werden weer uitvoerig in de Big C voeding geprobeerd. En de resultaten zijn zo fraai dat ik ze laat zitten. De grotere capaciteit geeft de versterker ook meer body, losheid en ‘schwung’ in minder makkelijke speakers (lees: speakers die meer stroom vragen door bijvoorbeeld een 4 Ohm impedantie). De voedingtrafo is een verhaal apart. Wel wat groot voor een 20 watt versterkertje… Wat levert dat overdreven fysiek nou op? Ten eerste: afwezigheid van wat voor voelbare trilling. Ten tweede: het is een koele jongen, met een continu werktemperatuur die niet ver boven de omgevingstemperatuur uitgaat. En als klap op de vuurpijl: de trafo is volgens zogenaamde ‘medische specs’ gewikkeld. Hoogfrequent parasitaire rommel uit het net wordt zoveel mogelijk de weg geblokkeerd door de wikkelmethode en meerdere statische schermen. De lekstroom van primair naar secundair is bijzonder laag. De 'inrush' stroom bij het inschakelen is zeer laag. Je hoort niks, geen 'blomb' of zo, helemaal nada niks. Bij de eerste keer op de werkbank twijfelde ik of de spanning er wel op stond. Toch niet alledaags op een gewone audiobak.
Laten we even door de componenten lopen… De voeding voor de driver
en eindbuis krijgen zoals in de Big C al het geval is ieder hun eigen
circuit.
De AZ1 op het driverkanaal
is een oude bekende. Een RGN1064 of AZ11 is op de voet na identiek.
chokes... De smoorspoelen zijn
erg lux dit keer, en het aantal is ook groter dan voorheen, door het dubbel
pi-filter voor zowel voor als eindtrap. De smoorspoelen moesten ook wat
aparts worden. Een beetje overgedimensioneerd, om een mooi lage Ohmse
weerstand te krijgen. Dit speelt minder in een klassieke 300B schakeling, maar de opgevoerde eindpitten kunnen behoorlijk meer stroom leveren als het gevraagd wordt, maar dan moet de voeding het wel kunnen leveren. Dat speelt vooral in de lage frequenties een rol. Vier amorfe kern chokes per kanaal nemen nogal wat ruimte in. De overige componenten zijn ook niet mals, daarom wordt hier het mooiste materiaal gebruikt wat ik ken. Ik had de smaak van amorfe chokes al mogen proeven in de Goliath 211 versterker en hoewel het geen dag en nacht verschil geeft met gewone bandkernen, is het de moeite en kosten waard in een prestigeproject als dit. Het zit hem weer in de kleine dingen, zoals altijd in onze hobby. Je moet eigenlijk onbehoorlijk investeren voor een verbetering die de moeite waard is. Of zo’n bedrag beter aan muziek kan worden besteed is een vraag die regelmatig in mij opkomt…
Een bijzonder mooie ontdekking...
Nee, zonder gein, ik vond ze in de bakjes van de plaatselijke elektronicawinkel. De man achter de balie kan er niet veel over vertellen (let wel, het is een normale nog ouderwets knusse elektronicazaak, geen audiozaak waar ze het niet wíllen vertellen…), behalve dat het hedendaagse productie is en ze vooral door audiohobbymensen in de omgeving gevraagd worden. De kosten zijn absoluut on-audio’s, een paar dubbeltjes voor de 1-watter en het dubbele voor de 3-watter. Als deze kwaliteit onder een fantasiemerknaam in de selecte audiocomponentenhandel aan de man zou worden gebracht betaalde je waarschijnlijk een veelvoud, in de trant van 1, 2 á 3euro per stuk, wat voor waarde er maar aan wordt toegeschreven: `mmm, klinkt toch zeker als een 3 euro weerstand...´
|