Triode
Dick's Page Fixed of Auto... Een grote wijziging ten opzichte van de Big C is de vaste negatieve rooster spanning (nrs) voor de eindbuis in plaats van een autobias met een dikke weerstand en een condensator voor ontkoppeling. Ik was in het verleden niet echt weg van de 'nrs' methode, ingegeven door angst... Ik hield er zelfs een trauma aan over waar de stichting Correlatie door het gebrek aan ervaring met buisversterking geen weg mee wist (gniffel). De (destijds vaak Chinese) eindbuizen waren begin jaren negentig weinig betrouwbaar en stabiel waardoor de anodestroom blijft zwabberen en er lekkage kan ontstaan tussen rooster en kathode. Dat druppelt langzaam door tot de climax: een fel oplichtende anodeplaat. En ik heb ze als een gloeilamp zien oplichten. Ik ben toen lange tijd echt anti-Chinees geweest (alleen op buizengebied, niet van de afhaal Chinees, waar ik nooit een hekel aan heb gehad…), en gebruikte als het even kon buizen uit de oude voorraad (NOS: New Old Stock). Nieuwe buizen die niet meer nieuw geproduceerd worden maar waar nog een voorraad van op de planken ligt). De laatste jaren is er, met de o.a. de komst van betere betrouwbaardere buizen (ook uit China!) technisch weinig meer tegen de nrs instelling in te brengen. Ik geef toe dat ik nog lang enigszins paranoïde ben geweest op dit punt, maar in de Goliath 211 versterker was de NRS eigenlijk de enige redelijke optie. Om de al hoge voedingspanning nog eens onnodig hoger te maken door met autobias te willen werken leek me onzin. Nu moet erbij gezegd worden dat de oude 211 triode hét toonbeeld is van een stabiele buis. Die dingen zijn voor de zendwereld gemaakt, krijgen daar verschrikkelijk op hun donder maar blijven gewoon hun werk doen. Gebruikt in een audio applicatie zal de 211 zich in een donzen bedje voelen... De andere veelgebruikte methode is het gebruik van een dikke kathodeweerstand, waar genoeg spanning over valt om de buis in te stellen. Het stuurrooster wordt dan via een roosterlekweerstand op massapotentiaal gelegd, dat lager is, negatief dus, ten opzichte van de kathode. Loopt er onverhoeds meer stroom door de buis (en kathodeweerstand), dan wordt de spanningval over die kathodeweerstand hoger, en de kathode meer positief ten opzichte van massa (anders gezegd en misschien duidelijker: het rooster wordt negatiever ten opzichte van de kathode), waardoor de stroom weer automatisch geknepen wordt. Dat is de zogenaamde: ‘autobias’. Een nadeel is het spanningverlies over de kathodeweerstand, toch snel 70 volt bij een 300B, die gecompenseerd moet worden met een hogere voedingspanning, en de noodzakelijke ontkoppeling met een condensator, waardoor de demping op de speaker naar de lage frequenties toe afneemt, tenzij een hoge capaciteit gekozen wordt. De condensator zit hard in de signaalweg en is van grote invloed op het geluid. Bij een zogenaamde nrs instelling ligt de kathode direct aan massa en wordt het rooster met een aparte spanning negatief gehouden. In een normale 300B versterker valt het reuze mee met de warmte die ontstaat in de kathodeweerstand, maar bij een opgevoerde buizenbak met een XLS eindbuis, is de verstookte energie niet meer te verwaarlozen, zelfs niet als je een 50 watt weerstand toepast. Het ding wordt echt heet. Na de bouw van de Goliath
211 is de angst voor vast negatief langzaam weggeëbd. Die versterker
staat als een huis. En laten wel wezen, vorig jaar waren er ook de nodige
klachten over in kortsluiting springende Black Gate 100volt types die
als kathode ontkoppeling werden toegepast, met alle ellende van dien. Het nrs circuitje is zo aangesloten dat als de loper van de potmeter zijn contact zou verliezen, de spanning maximaal negatief wordt (wat een ietwat vreemde uitdrukking is als ik het hier lees…). Ieder voordeel heb z’n nadeel, en dat is hier dat het regelbereik wat aan de krappe kant is. Ik had best wat meer willen hebben. Het is de vraag of door het gebruik van een degelijke Bourns of Vishay, in resp. de Attilla en Goliath, al niet een heel veilige regelaar is toegepast… Een overweging die ieder voor zich maar moet maken. De Big C versterker speelt met de NRS en Black Gates makkelijker, losser en wint aan transparantie. Een prima upgrade. De Attilla krijgt vanaf de start een nrs instelling. Heavy metal... De smoorspoelen kwijt
raken is een grotere uitdaging. Vier van die dingen per versterker is
niet gering. Bovenop de versterker kan niet, alle plaatsen zijn daar vergeven.
Maar in de kast is nog ruimte voldoende, mede dank zij de compacte condensatoren.
Let op de montagerichting ten opzichte van de voedingstrafo en ten opzichte
van elkaar.
Verdere details...
Stilte
a.u.b... Het is bijzonder mooi dat alle voorontwikkelingen zo goed uitpakten. Toen alle onderdelen in de kast zaten en de spanning er op ging, was het echt een ‘kat in het bakkie’ gevoel. Zo,
binnenkort gaan we verder....
|