Triode Dick's Page
Attilla

Single ended 300BXLS versterker

Een audiofiele barbaar deel 3...

Update:7-3-2004

Fixed of Auto...

Een grote wijziging ten opzichte van de Big C is de vaste negatieve rooster spanning (nrs) voor de eindbuis in plaats van een autobias met een dikke weerstand en een condensator voor ontkoppeling. Ik was in het verleden niet echt weg van de 'nrs' methode, ingegeven door angst... Ik hield er zelfs een trauma aan over waar de stichting Correlatie door het gebrek aan ervaring met buisversterking geen weg mee wist (gniffel).

De (destijds vaak Chinese) eindbuizen waren begin jaren negentig weinig betrouwbaar en stabiel waardoor de anodestroom blijft zwabberen en er lekkage kan ontstaan tussen rooster en kathode. Dat druppelt langzaam door tot de climax: een fel oplichtende anodeplaat. En ik heb ze als een gloeilamp zien oplichten. Ik ben toen lange tijd echt anti-Chinees geweest (alleen op buizengebied, niet van de afhaal Chinees, waar ik nooit een hekel aan heb gehad…), en gebruikte als het even kon buizen uit de oude voorraad (NOS: New Old Stock). Nieuwe buizen die niet meer nieuw geproduceerd worden maar waar nog een voorraad van op de planken ligt). De laatste jaren is er, met de o.a. de komst van betere betrouwbaardere buizen (ook uit China!) technisch weinig meer tegen de nrs instelling in te brengen.

Ik geef toe dat ik nog lang enigszins paranoïde ben geweest op dit punt, maar in de Goliath 211 versterker was de NRS eigenlijk de enige redelijke optie. Om de al hoge voedingspanning nog eens onnodig hoger te maken door met autobias te willen werken leek me onzin. Nu moet erbij gezegd worden dat de oude 211 triode hét toonbeeld is van een stabiele buis. Die dingen zijn voor de zendwereld gemaakt, krijgen daar verschrikkelijk op hun donder maar blijven gewoon hun werk doen. Gebruikt in een audio applicatie zal de 211 zich in een donzen bedje voelen...

De andere veelgebruikte methode is het gebruik van een dikke kathodeweerstand, waar genoeg spanning over valt om de buis in te stellen. Het stuurrooster wordt dan via een roosterlekweerstand op massapotentiaal gelegd, dat lager is, negatief dus, ten opzichte van de kathode. Loopt er onverhoeds meer stroom door de buis (en kathodeweerstand), dan wordt de spanningval over die kathodeweerstand hoger, en de kathode meer positief ten opzichte van massa (anders gezegd en misschien duidelijker: het rooster wordt negatiever ten opzichte van de kathode), waardoor de stroom weer automatisch geknepen wordt. Dat is de zogenaamde: ‘autobias’. Een nadeel is het spanningverlies over de kathodeweerstand, toch snel 70 volt bij een 300B, die gecompenseerd moet worden met een hogere voedingspanning, en de noodzakelijke ontkoppeling met een condensator, waardoor de demping op de speaker naar de lage frequenties toe afneemt, tenzij een hoge capaciteit gekozen wordt. De condensator zit hard in de signaalweg en is van grote invloed op het geluid. Bij een zogenaamde nrs instelling ligt de kathode direct aan massa en wordt het rooster met een aparte spanning negatief gehouden.

In een normale 300B versterker valt het reuze mee met de warmte die ontstaat in de kathodeweerstand, maar bij een opgevoerde buizenbak met een XLS eindbuis, is de verstookte energie niet meer te verwaarlozen, zelfs niet als je een 50 watt weerstand toepast. Het ding wordt echt heet.

Na de bouw van de Goliath 211 is de angst voor vast negatief langzaam weggeëbd. Die versterker staat als een huis. En laten wel wezen, vorig jaar waren er ook de nodige klachten over in kortsluiting springende Black Gate 100volt types die als kathode ontkoppeling werden toegepast, met alle ellende van dien.
Big C kreeg in de aanloopfase naar de Attilla ook een nrs circuit ingebouwd en ik kan niet anders zeggen dan dat het uitstekend bevalt. De laagweergave wint aan strakheid en de op staande voet ontslagen capaciteit uit het kathodecircuit kan niet echt als nadeel beschouwd worden. Nadelen heb ik niet kunnen ontdekken.

Het nrs circuitje is zo aangesloten dat als de loper van de potmeter zijn contact zou verliezen, de spanning maximaal negatief wordt (wat een ietwat vreemde uitdrukking is als ik het hier lees…). Ieder voordeel heb z’n nadeel, en dat is hier dat het regelbereik wat aan de krappe kant is. Ik had best wat meer willen hebben. Het is de vraag of door het gebruik van een degelijke Bourns of Vishay, in resp. de Attilla en Goliath, al niet een heel veilige regelaar is toegepast… Een overweging die ieder voor zich maar moet maken. De Big C versterker speelt met de NRS en Black Gates makkelijker, losser en wint aan transparantie. Een prima upgrade. De Attilla krijgt vanaf de start een nrs instelling.

Heavy metal...

De smoorspoelen kwijt raken is een grotere uitdaging. Vier van die dingen per versterker is niet gering. Bovenop de versterker kan niet, alle plaatsen zijn daar vergeven. Maar in de kast is nog ruimte voldoende, mede dank zij de compacte condensatoren. Let op de montagerichting ten opzichte van de voedingstrafo en ten opzichte van elkaar. Zet geen smoorspoelen kern aan kern tegen elkaar. De kans dat ze elkaar beïnvloeden is groot. Eén spoel heb ik semi-permanent bevestigd, om eventuele service, upgrades of wat meer, gemakkelijk te maken. De choke is met het losdraaien van twee schroeven te verwijderen. Aan de achterkant valt de beugel onder een klem, vast en zeker, zoals onze zuiderburen dat zeggen. Al met al hebben alle vier chokes na wat passen, meten en schuiven een net plekje gekregen.

 

Verdere details...

Het centrale aardpunt ligt net voor de voedingstrafo. De afzonderlijke versterkertrappen hebben sub-ster aardpunten. Van daaruit gaat het naar het enige punt wat hard contact maakt met het chassis, het ster-aarde punt. Als je alle massapunten maar lukraak naar dit punt leidt, wordt er onnodig veel bedrading en een langere signaalweg gemaakt dan noodzakelijk. Ik werk al jaren met sub-ster aarding en het maakt een hele stille versterker mogelijk. De kortere signaalwegen hebben ongetwijfeld ook hun positieve invloed.

Stilte a.u.b...

Over stille versterker gesproken, de filaments van de eindbuizen krijgen een DC voeding. Ik ben een zwarte stille achtergrond steeds meer gaan waarderen en het minste brommetje ergert me. Ik vind het prachtig als de muziek is afgelopen, de galm langzaam uitsterft en dan de diepe stilte valt. De ruimte waarin de muziek gespeelt wordt is hoor en voelbaar. In het bijzonder de nieuwe hoog resolute bronnen als SACD en DVD-A zijn daar sterk in. Het geeft mij een behoorlijke kick als veel langer dan normaal de akoestiek waar is te nemen van de ruimte waarin de muziek opgenomen is. En reken maar dat die lage drempel ook tijdens normale muziekpassages meespeelt. Deze Attilla laat mij toch al dingen beleven die ik eerder niet opmerkte. Heel apart…Uiteraard is de DC gloei ook eerst op de oude vertrouwde Big C geprobeerd. Het blijft in die versterker ook gewoon lekker zitten. De meest gevoelige speakers zijn geen punt meer. Af en toe hoor ik stemmen dat AC beter klinkt als DC in de voeding voor direct verhitte buizen. Ik moet eerlijk vertellen dat ik er weinig verschil in heb. De stillere versterker is voor mij dé grote winst.

Het is bijzonder mooi dat alle voorontwikkelingen zo goed uitpakten. Toen alle onderdelen in de kast zaten en de spanning er op ging, was het echt een ‘kat in het bakkie’ gevoel.

Zo, binnenkort gaan we verder....

Attilla deel 1: Inleiding...
Attilla deel 2: Componenten...
Attilla deel 3: Verdere details...
   
Schema versterker... Het schema van het versterkerdeel
Schema voeding... Het schema van het voedingdeel
   
www.ae-europe.nl Wat is de Attilla zonder trafo´s?...
www.eurogram.nl KR Audio 300BXLS eindbuis.
www.jacmusic.com Emission Labs 300BXLS eindbuis.
www.acoustic-dimension.com Voor Black Gate condensators...
Explorer Een nog ouderwets prettige elektronicawinkel...
http://www.conrad.nl Heel veel elektronica en andere componenten...