Triode Dick's Page
Big C
De grote broer van Ceasar
deel 2

Update:19-9-2001



De gebruikte componenten...

We beginnen bij de voeding. Na experimenteren en op zich zeer bemoedigende resultaten met de spanningen van een eerste trafo, bepaalde ik de tweede voedingstrafo toch met wat afwijkende spanningen ten opzichte van de eerste. Ik had voedingtrafo's laten maken met spanningen van 300 en 400 Volt aftakkingen. Joekels van dingen. 15 cm groot en 8 kilo zwaar. Met de bedoeling zo wel de voortrap als de eindtrap van de laatste, de 400Volt tap af te halen. Ik was daar uitgebreid mee bezig geweest op de "General" versterkers. Daar werkt het als een treintje. Met een 12GN7/12HG7 en een 27 in de mu-stage driver. Ook in deze Big C ging het in zoverre prima dat de mu-stage driver op een lekkere hoge spanning stond te spelen. Maar om de juiste balans in de instellingen te vinden met deze penthode zonder deze in oververhitte omstandigheden zijn werk te laten doen was hier minder makkelijk. Omdat ik ook naar betrouwbare nabouw streef was ik hier niet helemaal content mee. De anode en schermroosterdissipatie lagen weliswaar voldoende binnen de toegestane dissipatie bij de D3A. Maar ook weer niet zo uitbundig dat de vlag uit ging. Uitwisselen met de 6688, veel beter verkrijgbaar dan de D3A was niet zonder meer te doen. Jammer maar helaas. Het zei zo. Om naar de 300 Volt tap terug te gaan zag ik nog minder zitten. Deze eindbuis vroeg gewoon om een steviger driver. Maar eigelijk…tja… zou ik ook de voedingspanning op de eindbuis ook best wel wat hoger willen hebben. Niet dat er een probleem was. Maar… als ik het nog eens over mocht doen…tja….

The new power generation...

En die mogelijkheid kreeg ik. Nadat de versterker al een maand overtuigend gespeeld had, kreeg ik Wil Blaauw van AE aan de lijn. En hij bood zonder dralen aan om een paar nieuwe trafo's te wikkelen waarin alle nieuwe wensen in voldaan waren. Als de versterker er wel bij zou varen, wilde hij er graag aan meewerken. Er kwam toen een spanningstap van 425 Volt voor de eindbuis en 350 Volt voor de driver. Let wel op dat we het hier over de wisselspanning van de trafo hebben. En als afmaker heb ik er gelijk een wikkeling van 70 Volt bij op laten zetten om in de toekomst de versterker ook nog eens in fixed bias te kunnen zetten. Beter mee verlegen dan om verlegen.

Na omwisselen van de zware jongens, ging het in een stroomversnelling. Alles was nu naar wens. De eindbuis kwam nu op 514 Volt uit en de voortrap op 494 Volt. Mooier kan in mijn ogen niet. De driver was nu minder kritisch in te stellen en omprikken van D3A naar 6688 is zonder meer mogelijk. Uitstekend zelfs. En met minimale veranderingen is een 76 en 56 ook te gebruiken.

De gelijkrichters...

Voor de eindbuis had ik vanaf de aftrap de 83 in gedachten. Omdat door de lage inwendige weerstand van deze kwikdamp diode de regulering van de spanning heel mooi was. Als ik de bias van de eindbuis varieer tussen 110 en 150 mA blijft de B+ spanning toch binnen redelijke grenzen mooi constant. Er valt weinig spanning over de gelijkrichtbuis. De 83 is een buis die een transparante, open weergavekwaliteit geeft. Maar is ook een buis die me met beleid moet toepassen. Van veel capaciteit direct achter de kathode houdt hij niet. Dat moet je niet doen. Om nu met een choke ingang van het filter te gaan werken beviel me niet helemaal. Je hebt dan een veel grotere spanning vanaf de trafo nodig en lang niet alle smoorspoelen ondergaan dit zonder brommen en/trillen. Ik heb een mooie papier in olie condensator gebruikt van 10 uF. Laag genoeg om geen problemen te hebben en hoog genoeg om de spanning naar de gewenste hoogte te krijgen. Dit is heel mooi te simuleren met het, zeer aanbevolen, vrij op te halen stukje software van Duncan's amp pages: PSU-designer. Het werkt verassend goed. Het scheelt je veel tijd om het wiel niet steeds opnieuw te moeten uitvinden. Voor de gelijkrichting voor de voortrap stond de gebruikte buis al vast: de AZ1 meshplate. Ik ken geen betere. Helaas steeds zeldzamer. De kans is dus groot dat je terug moet vallen op een normale AZ1. Maar troost je met de woorden dat ook dat geen lullig buisje is. Vervangende types die alleen in voet afwijken zijn: AZ11, RGN1064 en de 1805. Formidabele buisjes van Europese komaf. Japanners geven grote bedragen aan de mesh anode types. Maar die van mij zijn niet te koop. Ik ben er ook niet zuinig op, ik gebruik ze. Waarom zou ik met minder genoegen moeten nemen dan die jongens? Ze weten wel donders goed wat het mooist is….

Achter de 83 zit een 10 uF pio. Een Aerovox. Dan volgen een 10 Henry/200mA smoorspoel, weer een 10 uF pio, de tweede 10 Henry spoel en als afmaker een 12,5 uF papier in olie condensator. Deze 3 c's en 2 L's zorgen voor een mooie rimpelarme voedingspanning voor de eindtrap. Achter de AZ1 zit een 6 uF pio condensator, een 10 Henry smoorspoel en als laatste een duo van twee erg mooie Cornell Dubelier 8 uF condensatoren. Eén van mijn favoriete merk condensatoren.
Sommige olie c's zijn oversmeuďg, op het sompige af. Cornell's zijn smeuďg zonder sompig te zijn. De Philips pio's kunnen soms net iets te puntig zijn. Dat moet compenseren met andere componenten met een zachter karakter. Maar laat ik niet vooruitlopen en al met het laatste "tweak" deel bezig gaan.

<< "Normale" AZ1

 

Big C: deel 1 Beschrijving
Big C: deel 2 Beschrijving (vervolg) Deze bladzij
Big C: deel 3 Beschrijving (vervolg )
Big C: deel 4 Foto's van de bouw
Big C: deel 5 Foto's van de bouw (vervolg)
Schema 1: Versterker schakeling
Schema 2: Voedingschakeling
Metingen: Metingen aan de versterker