Triode Dick's Page
Ceasar
Een single ended versterker met amorfe UGT's
Deel 2
update:27-8-01


De Ceasar in vogelperspectief met VAIC VV300B.

De stuurbuis is de 'one and only” 227. De globe 27. Tot 1931 gemaakt. Toen kwam de normale ST 27. Ook een mooie buis. Maar in mijn oren niet zo mooi als de globe. Opvolgers zijn de 37, 56 en 76. Aha! Daar zijn we aangeland bij één van de mooiste serie triodes gemaakt. Ik heb alle types en gebruik ze vaak en graag. Let alleen op de gloeispanning, de 27 en 56 hebben 2,5 Volt nodig. De 37 en 76 de meer gebruikelijke 6,3 Volt. Ik denk, dat zolang deze prachtdingen nog te koop zijn tegen redelijk geld (er zijn er miljoenen gemaakt ten tijde van het oorlogsgeweld in WO2), er weinig zinvols is te bedenken om met ECC'tjes aan de slag te gaan in een stuurtrap van een eindversterker. Maar laat ik niet vergeten dat de 26, 30 en/of Europese generatiegenoten natuurlijk ook een uitstekend alternatief voor de 227. Ik prefereer de laatste echter op deze plek.

De drivertrap bestaat op mijn eigen versterker nu dus uit de oude 227 en de D3A. De triodespanning is hoger dan in de eerste versie. Om een hogere stuurspanning voor de eindbuis mogelijk te maken. De vervorming bij hoge uitsturingen is drastisch verminderd. De harmonische vervorming bestaat uit d2, d3, d4 enz. Waarbij d2 en d4 even harmonischen worden genoemd. Dit zijn de minst schadelijke. Maar d3 en d5 zijn oneven harmonischen. Zijn die overheersend, dan krijgt het geluid een vies randje. Wordt de klankbalans kil. Bij de oude driver was de d2 bij 60 Volt effectieve uitsturing: -22,81 dB en d3: -28,13 dB. Bij normale luisterniveaus geen punt. We hebben het hier over vol vermogen. Maar toch..., daar moest toch winst te halen zijn. Ik wilde wel op een trafospanning van 300 Volt blijven werken om de ombouw niet moeilijk te maken. De Big C heeft een trafospanning voor de voortrap van 350 Volt. Bewust om dit probleem aan te pakken. De instellingen gingen op de helling. Met behulp van de spectrumanalyser werden de nieuwe waardes gecontroleerd. Met de weerstandwaardes zoals die nu in het schema zijn te zien zit ik met de d2 op -55 dB en d3 op -60 dB bij dezelfde 60 Volt effectief uitsturing van de drivertrap. De derde harmonische viel in de ruis van mijn signaalgenerator. Ver weg dus. Dit zijn aanzienlijk mooiere uitkomsten. Met als prettige bijkomstigheid een vermogenstoename van 2 Watt. De nieuwe driver kan veel meer spanning leveren dan gevraagd wordt voor volle uitsturing van de eindbuis. Is dat hoorbaar. Ja, vooral als het volume hoger gaat. De versterker kan behoorlijk luider spelen. Ik vind zelf op normale luisterniveaus dat de versterker wat meer rust geeft, gemakkelijk speelt. Uiteraard niet een verschil van dag en nacht, maar erg de minne moeite van ombouw waard. Zeker gezien die paar gulden aan componenten waar je over praat. Gewoon doen! Je krijgt een mooiere versterker....

De driver configuraties met de 6688 met 56/76 buisjes wil ik nog wat verder onderzoeken. De 6688 is wel direct met de D3A te wisselen. En geeft hele mooie vervormingscijfers. De 56/76 wil ik toch nog verder optimaliseren. Ik haal daar nog niet het maximale.

De gelijkrichters zijn de 378 of GZ37 op de eindbuis, de AZ1 of een afgeleide, op de stuurtrap. De Europese gelijkrichters ben ik erg gaan waarderen de laatste jaren. In de regel vind ik subtieler dan de USA tegenhangers. Met name op de voortrappen. En AZ1's zijn juist in Nederland nog goed verkrijgbaar. De 378 is een Mullard buis. Wordt met de dag kostbaarder helaas. Zeer duurzaam. Als ik deze uitwissel tegen een 5U4 of 5R4 gaat er wat verloren in het geluid. Hoe het kan? Geen idee, maar geniet er gewoon  van. Een 83 goed gebruikt vind ik ook mooi. Die buis is echter lang niet zo stevig dan de 378 of 5U4. Met beleid toegepast zijn er weinig problemen, maar met wat te veel microFarads direct achter de buis blaas je zo op. De CV378/AZ1 werd na veel uitproberen de combi op de Caesar.

De eindbuis waar ik deze versterker in het beginsel omheen bouwde is zoals gezegd de AVVT AD100. Die werkt het mooist op een hogere biasstroom (anodestroom). Ik jas er 95 mA door. Ik wilde in eerste instantie de verzadigingsgrens van de amorfe UGT verkennen. Maar met 95 mA is die nog niet in zicht bij 20 Hz. De kathodeweerstand wordt dan 880Ohm. Te koop bij Angela instruments.  Een stevige 50 Watter.

Maar gezien de problemen met de AVVT AD100 kan ik alleen maar zeggen: uitkijken. Even niet doen. Als ik weer goeie uit nieuwe productie zelf onder handen heb gehad, kijken we wel weer verder... Ga voor de VAIC VV300B als je een echt volwaardige eindtriode op dezeCeasar wilt. Ik ben er meer dan over te spreken in ieder geval. Net zo transparant, net zo krachtig en 0ok die mooie volbloedige krachtige middenweergave.

Deze VV300B lijkt meer op de AD100 dan de andere 300B's die ik thuis heb. Ik gebruik hem op praktisch dezelfde instelling. 880 Ohm aan de kathode. Er loopt een fractie minder stroom dan met de AD100. Maar 85 mA is prima. Het vermogen dat er in de VAIC wordt verstookt is dan 31 Watt. Ruim binnen de maximale eisen. Minder stroom laten vloeien laat gelijk de kracht uit de versterker. Het wordt dan een watje... Let wel op de gloeispanning van 5 Volt. Bij een stroom van 1,3 Ampère. De AVVT AD100 doet het op 4 Volt bij 2,2 Ampère.

Ook mooi, de KR300BXLS op de hoge stroominstelling, dus met 880 Ohm. Ook die mooie triode lijkt van de handrem te gaan als je hem op z'n staart trapt. Bloeit helemaal open. Is daar duidelijk ook voor gebouwd. De KR300BXLS laat lang niet het achterste van zijn tong zien hier, in de Ceasar. Het is zelfs jammer om de kostbare XLS voor deze versterker aan te schaffen. Dat werd duidelijk met de nieuwe "Big C". Daar staat de buis op 140 mA. Goed voor een dikke 15 Watt uitgangsvermogen. Gloeiende, wat gaat die buis dan van handrem! Dan pas maakt hij zijn hogere aanschafprijs hoorbaar. De KR Electronics heeft ook een maximale anode disipatie die behoorlijk hoger ligt dan een standaard 300B: 65 Watt tegen 40 Watt voor een normale 300B. VAIC heeft ook wel hoger vermogender triodes, maar daar heb ik zelf geen ervaring mee.

Wil je deze versterker met normale 300B's gebruiken. Begin dan met een kathodeweerstand van 1K. Zorg dat je op een anodestroom van pakweg 80mA uitkomt.

Wat zijn andere opvallende dingen aan deze versterker? De voeding condensators zijn klein in capaciteit maar bijzonder fijn van kwaliteit. Ze hebben een in vergelijking met fabrieksbakken lage capaciteit. Een kant en klare versterker zie je zelden met 3 smoorspoelen per kanaal. Maar het maakt het gebruik van deze lage capaciteiten wel mogelijk. Een standaart elco met veel meer micro Faradjes is nu eenmaal veel goedkoper dan een bataljon smoorspoelen. Voor grotere productie aantallen wordt daar dan bezuinigd. Maar de dubbel choke met kleine pio capaciteit vind ik klankmatig de mooiere. In de eindtrap gebruik ik als buffer C een papier in olie C van General Electric, van 6 µF. Dan een smoorspoel van 10H en een Cornell-Dubilier van 10 µF. Vervolgens de tweede smoorspoel van 10H met nogmaals een Cornell-Dubilier pio van 10 µF. De trap heeft met dit dubbel Pi-filter zo'n hoge rimpelonderdrukking dat er zonder muziek een heerlijke stilte heerst.

Ik maak voor het berekenen van voedingen veel gebruik van het PSU2 programma van Duncan amps. Is te downloaden van zijn site. Dan kan ik vantevoren toch even simuleren of een condensatorwaarde nog bruikbaar is. Maar niet alleen dat. Haal het op, installeer het, en gebruik het. Dan hoef je niet steeds het wiel opnieuw uit te vinden. Dat Duncan niks voor zijn mooie hulpprogramma's vraagt, spreekt ons Hollanders uiteraard ook erg aan...


De voortrap is wat minder heftig, hoeft ook niet zoveel stroom te leveren. Eerst een papier in olie C van 8 µF. Gevolgd door een choke van 10H en een dubbele 6 µF oftewel 12 µF totaal. Alle C's zijn General Electrics. Deze zijn nog prima verkrijgbaar in de dumphandel. Ook nieuw worden ze aangeboden door verschillende postorder (surplus) bedrijven. Vind je op het www. De kwaliteit van deze condensators doen die van elco's verbleken. Alleen het fysieke formaat is iets om rekening mee te houden. De aangeboden waardes (µ) kan tussen de 6 en 12 µF variëren. De Cornell- Dubiliers zijn sublieme C's. Die heb ik van een lezer gekregen  (bofkont die ik soms ben). Je vindt deze soms nog in de dumphandel. Je kan ook voor Solen MKP's gaan. Of als je geld te verbranden hebt, voor Black Gate's. Cerafines zijn helaas niet meer in productie. De restpartijen zijn over de top geprijsd.

De koppel C's moeten van de hoogst denkbare kwaliteit zijn. Anders werken die als "bottleneck". Ik gebruik hier een Infinicap van 0,1 µF in de Mu-stage en een zilverfolie Ultracap pio naar de eindbuis. Deze combi geeft mij precies de klankbalans die ik wil. De Ultratone zijn ontiegelijk mooie C's. En voor een zilverfolie niet duur. De Infinicap geeft een mooie transparante weergave. Maar een versterker met alleen maakt de klankbalans aan de lichte dunne kant.. Ik heb vier Sprague "Vitamin Q" condensators gekregen. Majoor, bedankt! (geen bijnaam, maar een echte!). Ik verwachte eerlijk gezegd niet de mooie kwaliteit van de Pro-caps te evenaren, lichtelijk beinvloed dat ik was door de verschillende verhalen die er over de Sprague's rondgaan in ons audiowereldje. Des te groter was de verrassing dat de SVQ zo'n een fantastische cap is! De verhalen erover zijn zo verschillend, misschien dat andere waardes dan de 0,33µF/ 400V die ik heb weer anders zijn. Ik vind ze bij de beste die ik ken. Plastisch, vloeiend, open. Een fractie donkerder van timbre dan de Ultratone en andere kunstof folie condensatoren. Maar minder bruinig dan een Jensen pio. Ook het allerbest gebouwd. Aluminium behuizing met glas afgewerkt aan de zijkanten. En zwaar. Een bouwkwaliteit die je vandaag de dag niet meer ziet. Zie je ze in de dump of beurzen, arresteren die handel! In de reguliere audiohandel wordt uiteraard weer een belachelijk bedrag gevraagd voor deze mooie dingen. Maar dat ben ik al niet anders meer gewend… Wat ik hier ook mee zeggen wil, er zijn meerdere topcondensatoren. Elk met een min of meer eigen karakter (het lijken wel mensen op dat punt)

Maar je moet wel een type of combinatie van condensatoren gebruiken die in jouw situatie past. Heb je een harde acoustiek, zoek het dan niet in kunstoffolie c's. Dan kan een Jensen pio juist zo goed werken. Maar ga nou niet de hele buizenbak daarmee bezetten. Dat doe ik met geen enkel type condensator. De optelsom van de vervelende karaktertrekken zal niet positief werken. Zet in de voortrap bijvoorbeeld een Ultratone, en naar de eindbuis een Jensen. Heb je een beter gedempte kamer, dan zal mijn favoriete combi van Infinicap en Ultratone niet verkeerd zijn. In een bovenmatig gedempte kamer kunnen Hovland musicaps het best wel eens lekker doen. Een gewone Solen MKP zal ik niet gebruiken als koppel c. Een tinfolie van hetzelfde merk is subliem in luidsprekerfilters, maar in mijn oren matig als koppel condensator. Ik krijg altijd een gevoel van een dekentje over het geluid. Je ziet, het blijft persoonlijk. Voor de duidelijkheid, dit geld niet alleen voor condensatoren. Voor alle toegepaste componenten in een versterker. Alles heeft zijn eigen karakter. Dat maakt en audioketen juist "tweakeble"

De weerstanden die ik gebruik zijn meestal carbon types, "oude troep". Maar o wat mooi. Alan Bradley's en dergelijk. Ik heb een paar "bags of resistors" gekocht bij Antique electronics. Voor een paar Dollar zaten er heel wat mooie bruikbare weerstanden in. Veel 2 Watters. Ook de nodige Alan Bradley's in de dump gevonden. Vaak nog nieuw in verpakking. Wil je nieuwe? De Riken Ohm van Angela instruments zijn subliem maar vrij kostbaar. Ik hoor her en der dan Kiwame carbon weerstanden ook mooi zijn. Ik zal ze eens een keer proberen. Denk er wel aan: oude carbon weerstanden hebben een paar dagen nodig om hun "dekentje" kwijt te raken. Die dingen liggen vaak al jaren op de plank. Ongeduldig? Een paar uur in de oven bij een 70 graden doet zijn werk. Geef ze in ieder geval wat tijd. Beyslag is een trapje lager maar niet beroerd. Gewone metaalfilmweerstanden doen het prima in een volume stappen regelaar, maar in een versterker zijn ze me veel te puntig en scherp van karakter. Zo op de gok dure tantalum weerstanden kopen is ook niet aan te raden. De kans op een te puntig timbre is dan levensgroot. Maar die weerstanden op de juiste plek, in combinatie met andere componenten die er bij passen, kan wel weer heel fraai gaan.

Als je begint zonder ervaring met de karaktertrekken van de onderdelen, begin dan met Beyslag weerstanden. Die kosten een paar dubbeltjes stuk, zijn prima, redelijk neutraaal en later makkelijk eventueel te wisselen tegen een "design" weerstand. Dan leer je snel wat je mooier vind. En schrik niet als je Beyslag helemaal niet slechter vind.... Maar geef wel ieder verwisseld component ruim speeltijd om los te komen. En verander niet van alles tegelijk.

De bekabeling is gedeeltelijk verzilverd koper met teflon mantel (ptfe) en voor het andere deel zilver. De teflondraad gebruik ik in de gloeicircuits. Ook de spanningen vanuit de voedingstrafo leg ik aan met deze bedrading. Veilig en duurzaam. Gebruik stukjes krimpkous om aanraakonveilige soldeerlippen van de trafo te isoleren.
In de signaalweg komt alleen puur "solid core" zilver in aanmerking. Laten maken bij een zilverboer in Amsterdam. Met meerdere audiovrienden laat ik af en toe een kilootje "fijn" zilver tot draad laten maken. Ik gebruik het van dac tot speaker. Ik ken geen beter materiaal. Kostbaar? Ach, laat ik zeggen dat buiten de geijkte audiohandel vaak geheel anders tegen materiaalprijzen wordt aangekeken. Als je buiten de gebakken luchtballon, die audio vaak is, rondkijkt slaak je geregeld een zucht van vreugd! In de audio zijn meer illusionisten aan het werk dan in de showbizz.

Buisvoeten haal ik overal vandaan. Zowel binnen als buitenlands. Het wordt in ons land gelukkig wel steeds beter met de materiaaltoevoer. Rik Stoet heeft een groot assortiment betaalbare en goede buisvoeten in zijn programma. Weet je, "buisvoet" is een heel verkeerd woord. Van ouds her heten het "buishouders".... Daar werd ik pas nog, heel terecht, op gewezen door een oude rot in het vak. Net zoiets als het woord "stopcontact". In de elektrowereld is de echte naam: "wandcontactdoos". Je kunt zeggen wat je wilt, de verbasterde benamingen zijn toch zeker niet duidelijker....

Ik hoop dat ik alles duidelijk genoeg heb beschreven. Is er wat vergeten of zijn er "bugs" ? Mail me.

<<< Terug naar deel 1.