Triode Dick's Page
Cleo 4
Voorversterker
vervolg...
Het schema van de lijnversterker:
Wat opvalt is de hogere
voedingspanning op de lijntrap. De penthode komt daardoor makkelijker in
zijn optimale werkgebied. De buis die ik in deze versterker gebruik is een
D3a. Vooral door Duitse fabrikanten gemaakt. Ik heb ze van Telefunken en
Siemens.
De
D3a lijkt een Europese tegenhanger van de 12GN7/12HG7. Maar let op, ze zijn
niet direct uitwisselbaar. De aansluitingen op de voet zijn niet gelijk.
Ook de instellingen zijn iets anders. Beide buizen klinken uitstekend. De
D3a heeft wel dezelfde pinbezetting als de 6688. En is daarmee bijna probleemloos
uitwisselbaar. Controleer alleen of de buis niet teveel vermogen verstookt.
De 6688 is ook kwalitatief een heel bruikbaar alternatief. De steilheid
is weliswaar ongeveer de helft van de D3a, maar dat geen punt om over te
vallen als je geen interlinks naar de eindbak legt van vele meters. Of een
eindbak gebruikt met een lage ingangsimpedantie. Maar dat laatste vind ik
toch idioot. Wil je wel lange leidingen gebruiken omdat bijvoorbeeld je
eindbakken bij de luidsprekers staan en de regelbak aan de andere kant van
de kamer, ga dan voor een penthode met hogere steilheid. Denk aan leidingen
van meerdere meters. De uitgangsimpedantie van de lijntrap wordt dan heel
laag.
De Philips B406 en alternatieven:
De spanningversterkende buis in deze trap is de Philips B406. Een zeldzame triode uit de jaren 30. Maar deze bevalt mij zo goed dat `ie is meeverhuist naar de Cleo 4. Meer dan bruikbare alternatieven zijn: de 30, 26 en natuurlijk de 27, 37, 56 en 76. De laatste vier zijn indirect verhitte triodes. De 30 kan makkelijk verwisseld worden met de B406. Andere voet en andere instelling van de stroombron. De 30 loopt op 2Volt/60mA. De 26, heel mooie buis, heeft 1,5 Volt/1,05A nodig. De stroombron zul je dan wel van een koeling moeten voorzien. ik schroef ze meestal met tussenkomst van een isolatie setje direct op het chassis. Dicht bij de gebruikte buis. De 27 t/m de 76 zijn indirect verhit. Veel makkelijker uiteraard. Stabiliseer de gloeispanning met een LM350 en allen zijn in te passen. De 27 en 56 hebben 2,5 Volt nodig, de 37 en 76 6,3 Volt.
Dan zijn er natuurlijk nog verschillende Europese triodes. De verkrijgbaarheid is niet geweldig, maar er zitten juweeltjes van triodes tussen. Vergeet de noval ECC types. Alleen een 5687 of 6072 ken ik als mooie buisjes. Verder zijn ze veelal overduidelijk de minderen van de oude jongens hierboven. Ook de spreiding onder de bijvoorbeeld ECC83 types is erg groot. Vind dan maar eens echt mooie. Over een ECC88 en equivalenten praat ik helemaal niet. Willen we een top regelbak of niet? Ik heb nog een setjes JJ ECC99 en 6H30 "from Russia with love" op de plank. Die gaan eerdaags op de testbank. Wel is een 6SN7 een goed buisje om hier in te zetten. Heeft een wat robustere weergave en is wat minder verfijnd. Je hebt dan aan eentje genoeg. Geflankeerd door de beide penthodes. Wees niet bang voor overspraak, de buishelften zijn elektrisch strikt gescheiden. Ga geen buishelften parallel gebruiken. Kost je kwaliteit. Ik heb ook een Cleo 2 project gemaakt met een 12SN7 en twee 12HG7 buisjes. Staat nu te spelen bij een vriend. De kwaliteit verbaast mij toch wel. Die is heel voordelig te bouwen en speelt als een klokje. Zeer binnenkort in dit theater...
De jaren 40 en 50 brachten de mooiste 6SN7's. Ze zijn behoorlijk aan de prijs. Een beregoed alternatief, alleen de gloeispanning gaat van 6,3 naar 12,6 Volt, is de net al genoemde 12SN7. Zijn nu nog een kwart of minder van de 6SN vraaagprijs. Maar dat zal wel niet zo lang meer duren met het zeldzamer worden van de 6,3 Volt uitvoering.
Pas op, Sovtec levert
ook nog herstempelde Russen die op 6SN7's lijken. Vergeet ze. Ik heb zelden
slechtere buizen gehoord. Vlak en metalig in vergelijk met een echte SN7.
Met de kathodeweerstand van de triode kun je de stroom bepalen die er door
loopt. Je kan beginnen met een weerstand van 1K5 op de 26 of 30. De anderen
zullen met 1K1 al goed doen. Ik ben er nu wel achter dat een 76 bijvoorbeeld
op een hogere spanning en wat hogere stroom beter tot zijn recht komt. Zet
die gerust tussen 160 en 180 Volt. De kathodeweerstand kun je eventueel
verhogen naar 1K8 of 2K2. De stroom houd je tussen de 5 en 6 mA. De anodespanning
op de triode gaat vooral omhoog door de, hier 56 K, weerstand van de anode
naar het schermrooster te verlagen. Maak stapjes van 47K, 39K, 33K. Let
wel op dat je de maximale disipatie van de penthode niet overschrijdt. 3
Watt voor de 6688, 4 Watt voor de D3a. En respectievelijk 0,4 en 0,5 Watt
van het schermrooster. Blijf binnen de 75% van de maximale disipatie. De
buis zal je belonen met een lange levensduur. Ik weet dat er nu veel variabelen
worden beschreven, maar dat moet kunnen. Dit is geen beginnerproject. Hier
moet je zelf meer doen. Bouw hem met de componenten in de tekening en het
werkt. Maar ga je met je eigen favoriete buis aan de slag, dan moet je er
wat voor doen. Enige kennis van buiselektronica moet wel aanwezig zijn.
Lees ook nog eens het originele Mu-stage artikel van Alan Kimmel na. Staat
op mijn linkpagina. Het is door een Italiaan overgetypt en er zitten veel
schrijffouten in. Maar het is nog wel te doen.
De overige componenten:
Weerstanden. Zelf gebruik
ik graag koolstof composiet weerstanden. Ik ben groot fan van Allan Bradley
weerstanden.
Maar
die zijn niet op elke hoek van de straat te koop. Kijk in dumpzaken, op
internet e.d. De Riken Ohm weerstanden die Angela Instruments verkoopt zijn
ook bijzonder mooi. Dan zijn er nog Kiwame carbon weerstanden, verkrijgbaar
bij www.triodes.nl Maar die ken ik alleen van horen zeggen. Heb ik (nog)
geen eigen ervaring mee. Metaalfilmweerstanden geven een versterker een
harder koeler timbre. Ik gebruik ze wel in de volumeregelaar. Waar ze het
zo mooi doen dat de meerprijs voor bijvoorbeeld Riken Ohm (15 cent tegen
5 gulden per stuk) voor mij absoluut niet de extra fikse uitgave waard is.
Je hebt er 48 nodig voor twee kanalen... In de versterkerschakeling zelf
kan ik metaalfilm weerstanden niet goed uitstaan. Maak voor jezelf uit wat
je wilt toepassen.
De condensatoren. Erg
klankbepalend. Mijn favorieten? In de voeding papier in olie c's. Gebruik
standaard elco's en je kan je de moeite besparen om deze versterker te bouwen.
Alternatieven voor de slecht verkrijgbare pio's zijn er gelukkig ook. De
peperdure Black Gate. Beroemd. Elna Cerafine is uit productie en de restposten
worden nu voor drie keer te veel verkocht. De laatste ontdekking die ik
gedaan heb zijn
ASC
polipropyleen in olie condensatoren. De olie klotst lekker in de ronde kannen.
Hedendaagse productie. Angela verkoopt ze onder eigen naam. De kwaliteit
ligt tegen papier in olie aan. Smeuïg en gedetailleerd. Een echt goeie en
betaalbare ontdekking. Ik kreeg er vier van Doede Douma (www.dddac.de),
en heb ze in de General gezet en flink aan de tand gevoeld. Prachtige C.
Zo mooi dat Doede voorstelde om met een meerdere mensen gezamenlijk rechtstreeks
bij de fabriek in te kopen. Er wordt namelijk een minimaal afname aantal
verlangd door de fabrikant. Heb je belangstelling mail hem dan. Het scheelt
veel geld. Net als met het zilver dus voor de bedrading. Dat wordt meestal
door Cees Piet geregeld. Je kan hem mailen op: c.piet@hetnet.nl, Het zijn
geen bedrijven of handelaars, Doede en Cees. Gewoon mede hobbyisten die
dat zonder geldelijk gewin met plezier doen. Doede is een Nederlander die
in Duitsland woont en werkt overigens. Je kunt dus gewoon in je eigen taal
mailen... Door het gebruik van een dubbele smoorspoelen kunnen er relatief
kleine afvlak en buffer condensatoren gebruikt worden. Goeie zaak. Hoe kleiner
hoe beter, blijkt steeds weer. De tijd van grote slome capaciteiten is bij
mij al lang passé. De kleine maar superieure pio's laden en ontladen sneller
dan een lompe grote elco. Ik gebruik liever een extra LC trap om de rimpel
te bestrijden. Als je een RIAA trap toevoegt kan je met een RC ontkoppeling
verder gaan. Maar dat volgt later nog...
Wordt vervolgd.....