update:24-8-01

Triode Dick's Page
Cleo 4
Voorversterker
vervolg...



Het schema van de lijnversterker:

Wat opvalt is de hogere voedingspanning op de lijntrap. De penthode komt daardoor makkelijker in zijn optimale werkgebied. De buis die ik in deze versterker gebruik is een D3a. Vooral door Duitse fabrikanten gemaakt. Ik heb ze van Telefunken en Siemens. De D3a lijkt een Europese tegenhanger van de 12GN7/12HG7. Maar let op, ze zijn niet direct uitwisselbaar. De aansluitingen op de voet zijn niet gelijk. Ook de instellingen zijn iets anders. Beide buizen klinken uitstekend. De D3a heeft wel dezelfde pinbezetting als de 6688. En is daarmee bijna probleemloos uitwisselbaar. Controleer alleen of de buis niet teveel vermogen verstookt. De 6688 is ook kwalitatief een heel bruikbaar alternatief. De steilheid is weliswaar ongeveer de helft van de D3a, maar dat geen punt om over te vallen als je geen interlinks naar de eindbak legt van vele meters. Of een eindbak gebruikt met een lage ingangsimpedantie. Maar dat laatste vind ik toch idioot. Wil je wel lange leidingen gebruiken omdat bijvoorbeeld je eindbakken bij de luidsprekers staan en de regelbak aan de andere kant van de kamer, ga dan voor een penthode met hogere steilheid. Denk aan leidingen van meerdere meters. De uitgangsimpedantie van de lijntrap wordt dan heel laag.

De Philips B406 en alternatieven:

De spanningversterkende buis in deze trap is de Philips B406. Een zeldzame triode uit de jaren 30. Maar deze bevalt mij zo goed dat `ie is meeverhuist naar de Cleo 4. Meer dan bruikbare alternatieven zijn: de 30, 26 en natuurlijk de 27, 37, 56 en 76. De laatste vier zijn indirect verhitte triodes. De 30 kan makkelijk verwisseld worden met de B406. Andere voet en andere instelling van de stroombron. De 30 loopt op 2Volt/60mA. De 26, heel mooie buis, heeft 1,5 Volt/1,05A nodig. De stroombron zul je dan wel van een koeling moeten voorzien. ik schroef ze meestal met tussenkomst van een isolatie setje direct op het chassis. Dicht bij de gebruikte buis. De 27 t/m de 76 zijn indirect verhit. Veel makkelijker uiteraard. Stabiliseer de gloeispanning met een LM350 en allen zijn in te passen. De 27 en 56 hebben 2,5 Volt nodig, de 37 en 76 6,3 Volt.

Dan zijn er natuurlijk nog verschillende Europese triodes. De verkrijgbaarheid is niet geweldig, maar er zitten juweeltjes van triodes tussen. Vergeet de noval ECC types. Alleen een 5687 of 6072 ken ik als mooie buisjes. Verder zijn ze veelal overduidelijk de minderen van de oude jongens hierboven. Ook de spreiding onder de bijvoorbeeld ECC83 types is erg groot. Vind dan maar eens echt mooie. Over een ECC88 en equivalenten praat ik helemaal niet. Willen we een top regelbak of niet? Ik heb nog een setjes JJ ECC99 en 6H30 "from Russia with love" op de plank. Die gaan eerdaags op de testbank. Wel is een 6SN7 een goed buisje om hier in te zetten. Heeft een wat robustere weergave en is wat minder verfijnd. Je hebt dan aan eentje genoeg. Geflankeerd door de beide penthodes. Wees niet bang voor overspraak, de buishelften zijn elektrisch strikt gescheiden. Ga geen buishelften parallel gebruiken. Kost je kwaliteit. Ik heb ook een Cleo 2 project gemaakt met een 12SN7 en twee 12HG7 buisjes. Staat nu te spelen bij een vriend. De kwaliteit verbaast mij toch wel. Die is heel voordelig te bouwen en speelt als een klokje. Zeer binnenkort in dit theater...

De jaren 40 en 50 brachten de mooiste 6SN7's. Ze zijn behoorlijk aan de prijs. Een beregoed alternatief, alleen de gloeispanning gaat van 6,3 naar 12,6 Volt, is de net al genoemde 12SN7. Zijn nu nog een kwart of minder van de 6SN vraaagprijs. Maar dat zal wel niet zo lang meer duren met het zeldzamer worden van de 6,3 Volt uitvoering.

Pas op, Sovtec levert ook nog herstempelde Russen die op 6SN7's lijken. Vergeet ze. Ik heb zelden slechtere buizen gehoord. Vlak en metalig in vergelijk met een echte SN7.

Met de kathodeweerstand van de triode kun je de stroom bepalen die er door loopt. Je kan beginnen met een weerstand van 1K5 op de 26 of 30. De anderen zullen met 1K1 al goed doen. Ik ben er nu wel achter dat een 76 bijvoorbeeld op een hogere spanning en wat hogere stroom beter tot zijn recht komt. Zet die gerust tussen 160 en 180 Volt. De kathodeweerstand kun je eventueel verhogen naar 1K8 of 2K2. De stroom houd je tussen de 5 en 6 mA. De anodespanning op de triode gaat vooral omhoog door de, hier 56 K, weerstand van de anode naar het schermrooster te verlagen. Maak stapjes van 47K, 39K, 33K. Let wel op dat je de maximale disipatie van de penthode niet overschrijdt. 3 Watt voor de 6688, 4 Watt voor de D3a. En respectievelijk 0,4 en 0,5 Watt van het schermrooster. Blijf binnen de 75% van de maximale disipatie. De buis zal je belonen met een lange levensduur. Ik weet dat er nu veel variabelen worden beschreven, maar dat moet kunnen. Dit is geen beginnerproject. Hier moet je zelf meer doen. Bouw hem met de componenten in de tekening en het werkt. Maar ga je met je eigen favoriete buis aan de slag, dan moet je er wat voor doen. Enige kennis van buiselektronica moet wel aanwezig zijn. Lees ook nog eens het originele Mu-stage artikel van Alan Kimmel na. Staat op mijn linkpagina. Het is door een Italiaan overgetypt en er zitten veel schrijffouten in. Maar het is nog wel te doen.

De overige componenten:

Weerstanden. Zelf gebruik ik graag koolstof composiet weerstanden. Ik ben groot fan van Allan Bradley weerstanden. Maar die zijn niet op elke hoek van de straat te koop. Kijk in dumpzaken, op internet e.d. De Riken Ohm weerstanden die Angela Instruments verkoopt zijn ook bijzonder mooi. Dan zijn er nog Kiwame carbon weerstanden, verkrijgbaar bij www.triodes.nl Maar die ken ik alleen van horen zeggen. Heb ik (nog) geen eigen ervaring mee. Metaalfilmweerstanden geven een versterker een harder koeler timbre. Ik gebruik ze wel in de volumeregelaar. Waar ze het zo mooi doen dat de meerprijs voor bijvoorbeeld Riken Ohm (15 cent tegen 5 gulden per stuk) voor mij absoluut niet de extra fikse uitgave waard is. Je hebt er 48 nodig voor twee kanalen... In de versterkerschakeling zelf kan ik metaalfilm weerstanden niet goed uitstaan. Maak voor jezelf uit wat je wilt toepassen.

De condensatoren. Erg klankbepalend. Mijn favorieten? In de voeding papier in olie c's. Gebruik standaard elco's en je kan je de moeite besparen om deze versterker te bouwen. Alternatieven voor de slecht verkrijgbare pio's zijn er gelukkig ook. De peperdure Black Gate. Beroemd. Elna Cerafine is uit productie en de restposten worden nu voor drie keer te veel verkocht. De laatste ontdekking die ik gedaan heb zijn ASC polipropyleen in olie condensatoren. De olie klotst lekker in de ronde kannen. Hedendaagse productie. Angela verkoopt ze onder eigen naam. De kwaliteit ligt tegen papier in olie aan. Smeu´g en gedetailleerd. Een echt goeie en betaalbare ontdekking. Ik kreeg er vier van Doede Douma (www.dddac.de), en heb ze in de General gezet en flink aan de tand gevoeld. Prachtige C. Zo mooi dat Doede voorstelde om met een meerdere mensen gezamenlijk rechtstreeks bij de fabriek in te kopen. Er wordt namelijk een minimaal afname aantal verlangd door de fabrikant. Heb je belangstelling mail hem dan. Het scheelt veel geld. Net als met het zilver dus voor de bedrading. Dat wordt meestal door Cees Piet geregeld. Je kan hem mailen op: c.piet@hetnet.nl, Het zijn geen bedrijven of handelaars, Doede en Cees. Gewoon mede hobbyisten die dat zonder geldelijk gewin met plezier doen. Doede is een Nederlander die in Duitsland woont en werkt overigens. Je kunt dus gewoon in je eigen taal mailen... Door het gebruik van een dubbele smoorspoelen kunnen er relatief kleine afvlak en buffer condensatoren gebruikt worden. Goeie zaak. Hoe kleiner hoe beter, blijkt steeds weer. De tijd van grote slome capaciteiten is bij mij al lang passÚ. De kleine maar superieure pio's laden en ontladen sneller dan een lompe grote elco. Ik gebruik liever een extra LC trap om de rimpel te bestrijden. Als je een RIAA trap toevoegt kan je met een RC ontkoppeling verder gaan. Maar dat volgt later nog...

<<< Terug naar bladzijde 1.

Wordt vervolgd.....