Triode
Dick's Page
Cleo V... De opvolger van Cleo 4. Het is niet zo dat oude niet meer voldoet. Het probleem zit beslist niet in een tekortschietende kwaliteit, maar in eerste instantie domweg in het gebrek aan voldoende ingangen. Vier paar cinch ingangsbussen waren destijds meer dan voldoende. Maar toen er een SACD en een DVD-A speler bij kwamen, werd het dringen. De CD moest ook nog op een eigen dacje, de tuner is er nog, en natuurlijk de vinyldraaier. Ik kwam gewoon een ingang te kort. En echt ruimte tot uitbreiding op smalle behuizing van de Cleo 4 is er niet. Tijd om iets nieuws te bedenken... De nieuwe Cleo V wordt
ook weer dubbel mono opgebouwd, maar er wordt daarvoor geen gebruik meer
gemaakt van twee gescheiden chassis voor de voeding en de eigenlijke versterkerschakeling.
Als je net als ik bovengemiddeld vaak met de apparaten aan het af en aan
slepen bent is een voorversterker die uit twee behuizingen bestaat minder
praktisch. De Cleo V moet natuurlijk wel een upgrade worden tegenover de oude '4'. Dat is ook gelukt, al moet ik er aan toevoegen dat veel van die opwaarderingen toch eerst in de Cleo 4 zijn getest, die daardoor ook steeds beter is geworden. De Cleo V preamp hoeft niet speciaal met superkostbare componenten gemaakt te worden, iets wat overigens nog meer opgaat voor de Cleo 6, die op het moment dat ik deze tekst aan het schrijven ben, ook het levenslicht zag en al muziek staat te spelen. Ook met betaalbare componenten gebouwd zijn het bovengemiddeld mooie voorversterkers. Het begint… De kast moet om te beginnen mooi passen bij de nieuwe Attilla eindbakken. Die zijn door audiovriend Guido gemaakt, dus werd er daarvoor weer contact gelegd met onze zuiderbuur. De bovenplaat is van 2 mm koper, 420 x 350 mm, de onderplaat van geperforeerd RVS. Die kreeg ik van mijn goede vriend Marco. De Beatles en Joe Cocker zongen er al over, wat zouden we zijn zonder wat hulp van onze vrienden... de mooie messing knoppen zijn ook door Marco gedraaid. ...met een goede voeding.... Dat is de basis voor deze maar in principe iedere (voor)versterker. De kwaliteit van de voeding bepaald voor een groot deel het uiteindelijke resultaat. Deze moet met zo weinig mogelijk compromis worden gemaakt of in ieder geval met hier en daar wat compromis die de niet in de weg gaan zitten. De combinatie van capaciteiten en chokes heb ik weer eerst gesimuleerd in het onvolprezen Duncan labs programma: 'PSU Designer II' . Ideaal, vooral als je zie hoe dicht de praktijk naderhand benaderd is. De link naar het fraaie stukje (gratis!) software vind je onderaan de pagina. Na wat heen en weer gepraat met Wil Blaauw van AE, de trafowikkelaar van mijn custum made trafo's, worden de trafo's weer netjes op maat gemaakt. Voor iedere nieuwe versterker is steeds een andere trafo nodig, die je zelden standaard aantreft in de schappen. Vooral als er met oude triodes wordt gebouwd heb je een veelheid aan verschillende spanningtaps op de voedingtrafo nodig. De Cleo V voedingtrafo's worden op dezelfde wijze gemaakt als die van de Attilla en ze zijn vrij van de minste vibratie, en absoluut stil. Er is zo weinig warmteontwikkeling in de trafo zelf dat die in de praktijk zo goed als op omgevingstemperatuur blijft, ook als de versterker 24/7, rond de klok, in continubedrijf is. En als de netspanningschakelaar wordt overgehaald?...niet het minste blobje. De inrush stroom is zo laag dat de versterker geen extra hoge waarde smeltveiligheid (zekering, in de volksmond) nodig heeft om de inschakelpiek op te vangen. Ik zeker af met 1 Ampére traag en de glaszekering is er nog nooit uitgegaan. En dat voor een dubbele trafo... De chokes moeten onberispelijk van kwaliteit zijn, daarom is in de 'V' een breedbandig ontwerp gebruikt, met amorfe kernen. De zegenende kwaliteiten van dit type choke heb ik ondervonden in de Goliath 211 versterker, die als eerste amorfe smoorspoelen kreeg, en natuurlijk in de Attilla. Het is natuurlijk onzin om te verkondigen dat er met een gewone EI-kern smoorspoel minderwaardige resultaten worden gehaald, integendeel, ik gebruik die zelf zonder enige terughoudendheid in andere versterkers. Zie de amorfe choke als de kers op de pudding. Als je al op een bepaald niveau bent gekomen moet je voor verdere verbeteringen alles uit de kast halen. Wat best kan betekenen dat je voor een verbetering van 10 % wel 200 % meer geld, of nog veel meer, uit je knip moet toveren. Ik noem maar even wat, maar wie of wat bepaald of het echt een verbetering geeft van 10 % ben je natuurlijk zelf.
Buisjes...
De Ba buis wordt met een stroombron gegloeid, wat gemakkelijk gaat met de voedingprinten die door mijn goede audiovriend Doede Douma zijn bedacht. Ook Tentlabs heeft een stroombronvoeding voor de Ba in het leverprogramma, waar ik in mijn eindbakken zeer positieve ervaringen mee heb, maar voor de veel gevoeliger Ba heb ik die zelf niet geprobeerd. Alle voordeel heb z'n nadeel, en ieder buisje zijn kruisje. De Ba is prachtig maar heeft wat nukken. De eerste is zijn gevoeligheid voor microfonie. De SIF Ba is er niet vrij van, maar blijft het van een acceptabel niveau. De Valvo Ba is veel te gevoelig op dit punt, maar weer veel minder vatbaar voor brominstraling, door de goudkleurige afschermende verflaag die deze buis heeft. De SIF is erg gevoelig voor invloeden van buitenaf en heeft echt afscherming nodig als je je muziek bromarm wilt beluisteren. In mijn sitiatie zit die afscherming in een koperplaat, mag natuurlijk ook ander metaal zijn, die onder de plank in het audiorek is geschroefd die boven de voorversterker zit. Cleo heeft zo een (aan het oog onttrokken) koperen dak. Deze koperplaat ligt via een draadje en banaanstekker aan chassismassa van de Cleo. Ook is het metalen raamwerk van het audiorek is aan hetzelfde massapunt gelegd. Dat werkt zo effectief dat de hummm als sneeuw voor de zon verdwijnt. Zonder deze afscherming is er een continu brom te horen. Maar pas op, de Ba blijft hier en daar wat divagedrag te vertonen. Zorg er ook voor dat de gevoeligheid van de gebruikte eindversterker niet te heftig is. Hoe beter je die aanpast op de voorversterker, hoe stiller de totale werking. Het is ook onzin om al vol vermogen te hebben in de negen uur stand van de volumeregelaar. Pas eventueel de gevoeligheid van de eindbak aan met een spanningdeler aan de ingang. Het maakt niet alleen de ingang ongevoeliger, maar verzwakt stoorresten in dezelfde verhouding. Een goed geconfigureerde combi zal je geen vervelende brom laten horen. Dat het nog veel stiller kan weet ik inmiddels door de ontwikkelingen van de Cleo 6, maar het zal ook met de mooie Ba weinig te wensen over laten. De Ba, en het gros van zijn direct verhitte broers, zijn nu eenmaal buisjes die met enig takt moeten worden behandeld. Op dat punt is een indirect verhitte buis duidelijk in het voordeel. De rest van de buisbezetting is bekend: AZ1 gelijkrichters, D3a als partner voor de Ba in de mu-stage trap en nog een optioneel ECC88 buisje om als laagbuffer te dienen in mijn eigen systeem.
Voor de volumeregelaar heb ik mezelf verwend met een uiterst confortabele en goed klinkende 41-stapper regelaar van Acoustic Dimension. Dit is zo mooi gemaakt.... maar.... zucht.... met 140 euro weer flink aan de prijs.... Hoewel niet onredelijk, als je de kwaliteiten ziet en voelt. Weer later is deze veelstapper overigens vervangen voor een lasergetrimde high end regelaar van het Duitse THEL. Een tip die ik kreeg van mijn Vlaamse audiovriend Ward, de onvolprezen metaalprofessor, naar aanleiding van mijn minder positieve ervaringen met het wisselen van de volumeregelaar in mijn Audio Research LS7 voorversterker. Het viel zo goed uit dat deze THEL volumeregelaar is gebleven. In de Cleo 6 ga ik ook eens een 24-staps ladder proberen, via Ebay op de kop getikt. Die ligt al een jaar op de plank te wachten. In de nieuwe 6 preamp is het ook gemakkelijker om volumeregelaars uit te wisselen en te vergelijken. Wil je hier geld uitsparen, ga dan voor de bekende blauwe Alps potmeter. Perfect spul voor je geld. Ga in geen geval voor een standaard koolbaan regelaar. Naast de mindere muzikale kwaliteit zal de kanaalongelijkheid iedere dag tot ergenis leiden... Dan weer trekt het stereobeeld naar links, dan weer naar rechts....aaarrggggg.... Helaas is door een harde schijf crash bijna alle fotomateriaal van de bouw verloren gegaan, waardoor de opbouwpagina's komen te vervallen.... Maar niet getreurd, Cleo 6 heeft inmiddels het licht gezien en die is in grote lijnen gelijk aan de 'V'. ...Toch nog wat over de opbouw....
De foto hierboven laat de bovenkant zien nog voor de gloeiende bewoners hun intrek namen. De twee zwarte buishouders naast de voedingtrafo's zijn de appartementjes voor de AZ1 gelijkrichters, de bruine vijfgats houders voor de Ba buizen. De drie noval buishouders daarachter zijn voor de D3a's en een ECC88. De laatste is optioneel en wordt ingezet als (stereo) buffertrap voor een actief laagfilter. Onder de twee kapjes die achter de voedingelco's opdoemen zitten twee van de vier voedingsmoorspoelen. De twee tuimelschakelaars zijn voor resp. netspanning aan/uit en standby.
Hier is de binnenkant van Cleo V in vol ornaat te zien. De printen met het zichtbare koelprofiel zijn voor de voeding van de Ba buisjes. Het printje helemaal linksboven is voor de gloei van de ECC88 buis. De beide aluminiumkleurige condensatoren zijn Icar 10 uF MKP in olie's die direct achter de AZ1 gelijkrichters in de voeding zitten. De keuzeschakelaar is van Elma, en maakt een keus tussen de zes ingangen op de Cleo. De koppel c's zijn hier Audio Note koperfolie condensatoren van de laatste generatie. Alternatieven vind je in Auricap, een sublieme koppel c, of Mundorf Silver/Gold condensatoren. En als je zoekt vind je nog wel meer mooie mogelijkheden. Met de net genoemde heb ik zelf uitstekende ervaringen. Bespaar in ieder geval niet op de kwaliteit van deze zo belangrijke componenten, die keihard je geluid beïnvloeden. ...Cleo V anno 2006... In het najaar van 2005 begon het weer te kriebelen en onstaat het idee om een eenvoudiger uitvoering van deze toch redelijk complexe lijnversterker te maken. Dat is inmiddels uitgegroeid tot Cleo 6. Maar er is meer te vertellen. Ik wilde in de eerste plaats onderdelen gebruiken die gemakkelijker te vinden zijn. Dus geen Ba en AZ1 buizen meer, die steeds zeldzamer en veel te prijzig zijn geworden. Maar wat voor buisjes zijn een volwaardig alternatief? De spanningversterkende buis, de Ba in deze versterker, is van crusiaal belang in het ontwerp. Die kun je wel zo vervangen, maar wat we natuurlijk niet willen, is het kind met het badwater door de gootsteen spoelen. Er moet een volwaardige buis gezocht worden die eerst in de huidige versterker getest moet worden. De enige manier om een werkelijk vergelijk te krijgen. Alles blijft zo immers vertrouwd en de enige wijziging is de nieuwe bewoner. En zo gebeurde het dat de nieuwe
achter de oude werd opgesteld, in de buishouder van de ECC88... Het begin
van een mooi nieuw avontuur.... Lees daarover meer in de Cleo 6 files....
|