Triode Dick's Page
Little
Ceasar
Een single ended buizenbak
voor alleman...?
Deel 1
Update:17-5-2003

Kleine Ceasar:
Hé, een broertje
van de Ceasar monoblokken? Bijna… maar ook weer niet helemaal. Waar
de Ceasar als versterker niet echt een beginnerproject is, ook dankzij de
niet overal gemakkelijk te verkrijgen componenten, is de kleine Ceasar een
relatief goed na te bouwen project, gemaakt met bouwstenen die niet alleen
gemakkelijk te vinden zijn, maar ook gewoon in Nederland te koop zijn. De
versterker is zo gebouwd dat het een overzichtelijk en opgeruimd geheel
blijft.
Little Ceasar is te bouwen voor een bedrag dat voor iedere muziekliefhebber
die wat over heeft voor zijn muziekweergaveketen goed te doen moet zijn.
Het idee…
Voor ‘Little Ceasar begon bij de Stanley en Oliver versterker. Die buitengewoon populair blijken. Er zijn echter ook mensen die geen geïntegreerde versterker willen, maar alleen een eindbak. Toen kwam ook het idee om het Stan en Ollie ontwerp in een monoblok eindversterker te ‘gieten’. Gewoon voor de aardigheid. Maar gaandeweg kreeg het idee vorm om een monopaar te bouwen dat wel is gebaseerd op de versterkerbroers, maar verder geheel met onderdelen die anno nú gemaakt kan worden. Er wordt in 2003 veel meer, nog steeds of weer, gemaakt aan buizenelektronica dan menigeen zal vermoeden. Vooral hobbyisten die altijd met solid state bezig zijn, maar door toeval weer in buizen worden geïnteresseerd, kijken hun ogen uit. Het ‘www’ is een enorme katalysator geweest om de buis weer neer te zetten waar ‘ie hoort. Is het mogelijk om met hedendaagse componenten een kwaliteitsbuizenbak te bouwen? Nou, reken maar!
De basis…
De Little Ceasar is uitgevoerd
met dezelfde uitgangtrafo’s als in de Stanley en Oliver versterkers.
Een amorfe UGT zoals op groter Ceasar of Big C was geen optie, die kosten
al meer dan een complete versterkerset zoals die hier beschreven wordt.
Maar een bandkern ontwerp van hoge kwaliteit, zoals de hier gebruikte UGT,
waar een kernmateriaal wordt gebruikt met een lameldikte van 0,05mm, bijna
even zeldzaam als het gebruik van amorfekernen, is niet bepaald een minderwaardig
ding. Integendeel, ik heb niet vaak zulke mooie trafo’s thuis gehad,
die technisch en gehoormatig top zijn. Echte juweeltjes met een frequentiebereik
dat ook de nieuwe breedbandmedia: SACD en DVD-Audio ruim bedient.
Weer een voorbeeld van de kracht van de oude techniek die niet opzij gaat
voor de nieuwe ontwikkelingen. Integendeel, het lijkt er verrekte veel op
dat een mooie buizenbak de voordelen van de ‘hires’ audio nog
beter laat horen dan solid state versterking.
Een reden te meer om een buizenbak, en in dit geval zelfs een single ended single ended bak te bouwen. .
Ik heb de kleine Ceasar zo gemaakt dat eventuele upgrades in een mum van tijd zijn uit te voeren. De voeding is zonder boren, zagen en hakken, maar alleen door wat solderen en een boutje en moertje los en weer vast te draaien, op te waarderen naar Black Gate condensatoren. Vanzelfsprekend zijn de eindbuizen verwisselbaar met de 300B van je eigen keus, WE, TJ, KR-Audio, Emission labs, en noem ze maar op, het past zonder enig aanpassen van de rest van de versterker.
Weerstanden en koppel condensatoren
zijn door het zogenaamde ‘hardwiren’ simpel uit te wisselen.
In de basic versie is er niet op de kwaliteit van de koppel condensatoren
bezuinigd, zou erg dom zijn, en er zijn direct een paar van de mooie Auricaps
gebruikt.
De ontkoppeling van de kathodeweerstand heb ik ook vanaf het begin met een
Black Gate gedaan. Verder zijn er voeding elco’s van JJ toegepast
en een buizenset die zijn sporen al verdient heeft. De JJ300B eindpit wordt
overal ter wereld gebruikt, ook in dure fabrieksontwerpen. Zeker zijn er
nog mooiere te vinden, maar niet voor dit geld
De basisversie van de Little Ceasar
is een versterker die al zo fraai muziek maakt, dat je zelf maar moet uitmaken
of de kostbare upgrades de moeite waard zijn. We gaan alle onderdelen eens
wat uitgebreider onderzoeken…
Heavy metal…
De
voedingstrafo’s konden wat kleiner dan op de Stan en Ollie, omdat
er maar één kanaal per trafo van sap voorzien hoeft te worden.
Dat geeft direct voordeel bij de montage. De trafo’s kunnen nu plat
worden gelegd met de spanningtaps door het chassis. Een mooi kapje, gespoten
in dezelfde kleur als het chassis, werkt de trafo sierlijk af. Het lijkt
vreemd, en dat is het ook, maar voor een trafo met een zogenaamde 120 kern,
als op de S&O, worden geen bijpassende kapjes gemaakt, terwijl die kerngrootte
veel toegepast wordt.
De monoblokken kunnen
met een wat kleiner formaat voedingstrafo af, er wordt maar een kleine 100
mA aan hoogspanning verlangt plus gloeispanningen voor de buizen. De trafo’s
doen hun werk muisstil zonder enig trilling of brom. Tijdens continu bedrijf
wordt de trafo ongeveer 40 graden Celsius. De rest van het chassis nog minder.
Een nieuwe versterker gaat bij mij eerst een paar weken, soms nog langer,
rond de klok aan het werk om betrouwbaarheid en stabiliteit op termijn te
controleren, ‘Little C’ is geen versterker die aan stress ten
onder gaat…
De trafoset wordt afgemaakt door twee smoorspoelen. Een absolute noodzaak
in een buizenbak voor mij.
Het Chassis…
Ik heb de Little Ceasar
op een aluminium chassis met een dikte van 3mm gemaakt. Ik ben zelf voorstander
van niet-magnetisch metaal: koper, aluminium, RVS, messing. Het schermt
de schakeling elektrisch goed af, maar heeft niet de vervelende eigenschap
dat magnetische velden, zoals de trafo’s die om zich heen hebben,
door het chassis onnodig te transporteren en lekker instralen op de gevoelige
voortrapjes. Vooral met een phonotrap in een stalen behuizing, gezellig
samen met de voedingtrafo alles onder één dak, kan een bron
van brom opleveren. Het is niet altijd voorspelbaar wat er gebeurd. Met
non-ferro metaal heb je daar geen problemen mee. RVS heeft als nadeel dat
het zulk taai materiaal is wat boren, zagen en ponsen, gewoon thuis op de
werkbank, bijna onmogelijk maakt. Aluminium en koper zijn juist heel prettig
in gebruik. Na het boorwerk, licht opschuren, primeren en lakken, is een
mooi ogend chassis de beloning van het noeste werk. Waar in mijn geval nog
slechts een mooi stuk hout omheen moet om het af te maken.
Houtwerk…
Dat
kwam met het mailtje van Guido, uit Vlaanderen, inmiddels een goede audiovriend
geworden, die aanbood om een paar van zijn schitterende houten behuizingen
te maken voor deze ‘Little Ceasar’ en de grotere ‘Attilla’
die in de steigers staat. Dat geeft de versterker een extra chique aanzien…
Ik ben er erg blij mee.
Op advies van Guido heb ik de kasten in de bijenwas gezet. Een laagje aanbrengen,
kwartiertje laten intrekken en boenen maar.
Inderdaad,
een goede tip van onze Vlaamse ambachtsman, want de kasten zien er na het
uitwrijven erg mooi uit. Gezegd moet worden dat hij ook een mooie plank
eiken heeft geselecteerd…
| Little Ceasar deel 1 | Inleiding en beschrijving... |
| Little Ceasar deel 2 | Beschrijving vervolg.... |
| Little Ceasar deel 3 | Beschrijving vervolg.... |
| Little Ceasar deel 4 | Beeldverhaal van de opbouw (deel 1) ... |
| Little Ceasar deel 5 | Beeldverhaal van de opbouw (deel 2) ... |
| Little Ceasar deel 6 | Beeldverhaal van de opbouw (deel 3) ... |
| Little Ceasar deel 7 | Valt er nog wat te tweaken? Reken maar... |
| Schema versterker | Het schema van de versterkers |
| Schema voeding | Het schema van de voeding |
| Onderdelenlijst | Versterkerkerdeel |
| Onderdelenlijst | Voedingsdeel |
| Trafoset en JJ buizen | www.ae-europe.nl |
| Black Gate elco's | www.acoustic-dimension.com |
| KR buizen | www.eurogram.nl |
| TJ buizen | www.audionote.nl |