Triode Dick's Page
Stanley
en Oliver
Twee 300B single ended
broers
Update: 14-5-2002
Deel 2.
Hoe gaat het er uitzien....
In eerste instantie zat
ik aan een "Centurion" te denken. Daar was al een mooie trafoset voor te
koop. Maar, aan de andere kant heb ik een broertje dood aan een herhalingsoefening
zonder dat er van een meerwaarde sprake is. En mijn beste vrienden gun ik
de beste driver, de mu-stage, op de versterker.
Met
de 6 of 12SL7 in deze configuratie gaat dan de ingangsgevoeligheid er nog
een streep op vooruit. Dat zou het worden. Met één enkele versterkertrap
vanaf de bron de 300B in. Want dat stond al wel vast, het moest een 300B
versterker worden. En aan deze configuratie heeft de "Stanley" zijn naam
te danken… Meer vertel ik niet, dan is de grap gelijk weg. Insiders zullen
wel in hun vuistje lachen…
En
"Oliver"? Ja, dat is hier bijna een tweelingbroer van Stan, maar met onderdelen
gebouwd die nog meer kwaliteit uit de versterker moeten halen. Met mooiere
voeding en koppelcondensatoren, en geheel met zilver bedrading. Een kans
op rechtstreeks vergelijken hebben we met beide handen aangegrepen. Vriend
Jan heeft eerst twee weken met Stan gespeeld, en daarna met Oliver, die
ook voor hem bedoeld was. En de verschillen? Die waren duidelijk in het
voordeel van de laatste. Laat het duidelijk zijn, Stan is een beremooie
buizenbak, maar Ollie is verfijnder, preciezer en meer plastisch . De verschillen
zijn niet wereldschokkend, maar ik vind ze zeker de wat hogere kosten waard.
Hier wordt niks "weggespeeld"
of "op straatlengtes" gezet. Die belachelijke audiobeeldspraak laten we
maar thuis vandaag…
De schakeling nader bekeken...
Eerst
maar eens de schakeling bekijken… Die is op de voeding na voor beide bijna
identiek. Stan heeft een 6688 als penthode en Ollie een D3a. Deze laatste
is wat moeilijker aan te komen, maar persoonlijk vind ik dat een superbuisje
op die plek. De omringende componenten kun je voor beide buisjes gelijk
houden. Ze zijn helemaal uitwisselbaar. De wat hogere maximale dissipatie
van de D3a speelt hier geen rol. Beide penthodes zitten aan de veilige kant
van het maximale te verstoken vermogen in de buis. Wat een lang en muzikaal
leven laat voorspellen.
De
12SL7 heb ik maar met één reden verkozen boven de 6SL7: de kostprijs. Van
de 12SL7's zijn er nog vele oude echt mooie in de handel, voor een bedrag
dat op ééntiende van de vraagprijs voor een 6SL7 ligt. En ze zijn op de
verschillende gloeispanning na (12,6 om 6,3 Volt) identiek. Honderd procent.
Toen ik bij Antique Electronic Supply in de USA een aantal 12SL7 buisjes
bestelde, kreeg ik bijzonder mooie begin jaren 50 Sylvania's. Jan types.
Ofwel oude legerbuisjes. Hagelnieuwe oude productie (NOS). Met die mooie
ronde grijze anodeplaten. En die klinken toch mooi in deze versterker.
Heb
je een paar mooie 6SL7 buisjes op de plank? Dan is een extra 6,3 Volt wikkeling
op de voedingstrafo voorhanden. Gewoon op wisselspanning voeden. De middenaftak
van de trafowikkeling komt aan massa.
De eindbuizen zijn dezelfde in beide versterkers: een JJ300B. Gewoon goed
spul. Er zijn wel mooiere, maar de JJ is in balans met de kwaliteit en prijs.
De voeding is wel verschillend
qua component bezetting. Stanley doet het met een dubbele 5Z3, een 5U4 met
UX4 voet. Daar vond ik er een aantal van op een radiomarkt. Oude nieuwe
RCA's. Voor niet te veel geld mooie kwaliteit. De Oliver wilde ik echter
met de fraaie CV378/GZ37 uitrusten. Een erg degelijke goedklinkende gelijkrichter.
Met een mooi langzaam opkomende hoogspanning. Een stand-by schakelaar is
dan overbodig. Maar wat zijn die dingen duur geworden, gloeiende nog aan
toe… Toch door de zure appel heen gebeten en deze zeer langmeegaande buisdiodes
aangeschaft voor deze versterker.
Op mijn eigen voorraadje CV's ben ik erg zuinig. Maar het opmerkelijke is
wel dat ik nog nooit een uitvallende CV378 heb gehad. En ik heb een buisje
dat al duizenden en duizenden uren gewerkt heeft. De top van de buis is
helemaal van een glimmende laag voorzien. Maar zet ik hem op de tester,
is er nog niks mis met de buis. Goed toegepast zijn die dingen haast niet
op te krijgen. En al helemaal niet in deze versterkers, waar ze hun taak
met veel gemak aankunnen. Als je ze wilt, koop nu. Wacht niet nog een jaar.
Een andere favoriet van
me, de 83 is een veel groter zorgenkindje. Klinkt goed gebruikt fantastisch,
maar is veel gevoeliger voor uitval. Dat is geen allemansvriend.
De 5Z3 is een direct verhitte buis, en daar heb ik een stand-by schakelaar
in de versterker ingebouwd. Om de buisjes niet koud, voor de gloei zijn
werk heeft kunnen doen, een hoge spanning op de anode te geven. 300B's houden
daar niet zo van. Stan heeft verder Solen MKP condensatoren. Goed, degelijk
en betaalbaar. En mooi compact. Behalve voor de stuurtrap spanning. Daar
heb ik een papier in olie type gebruikt van 8 uF. Daar had ik in de Centurion
al goede ervaring mee. De wat spitsere karaktertrekken van de Solen wordt
zo wat gecompenseerd door de mildere olie condensator.
Maar Ollie kreeg olie…
....condensatoren. MKP
in olie welteverstaan. Ik heb kort geleden een aantal ASC MKP in olie c's
geprobeerd. Wat een heel fijne indruk maakte. Dat zijn hedendaagse condensatoren
die audiofiele pretenties hebben. Maar gelukkig niet door een audiofabrikant
worden gemaakt.
Ze
zijn voor industriële toepassingen ontworpen. En dat merk je in de prijs.
Die is buitengewoon sympathiek. Angela verkoopt ze onder andere. Het enige
nadeel is dat ze minder compact zijn.
Ollie is daarom groter
in omvang dan Stan… jaja, ik denk goed over namen na voor mijn hersenspinsels
… grinnik…
Is het de moeite en ruimte waard om ASC c's te gebruiken? Driewerf ja, zeg
ik dan. Het geluid wordt plastisch en vloeiender ("smoother",
zeggen Engelstaligen) zonder aan detailweergave in te leveren.
De waardes zijn niet volgens
de gangbare reeks opgebouwd. Ik heb 20 en 30 uF tonnetjes gebruikt. De laatste
trap heb ik ook hier weer ontkoppeld met eenzelfde GE papier in olie condensator.
Je kan gerust een 15 uF ASC hier toepassen. De platte GE's zijn niet overal
makkelijk te koop. Ik vind ze meestal op radiomarkten en dumpzaken. Maar
je vind ze niet even op bestelling.
De trafo's en smoorspoelen zijn in beide versterker exact dezelfde. De UGT
is een mooie bandkerntrafo. Ze klinken en meten erg goed. Een bovengemiddeld
ruim frequentiebereik zonder vervelende resonanties laten ook de nieuwe
media zoals SACD en DVD-A helemaal tot hun recht komen. En dat met die oude
"achterhaalde" techniek zonder enig negatieve tegenkoppeling…
De grens wordt bepaald door de ingangsbuis in combinatie met de volume potmeter. Doordat de 12SL7 een hoogversterkend buisje is, waar de Millercapaciteit niet meer te verwaarlozen is, wordt door de combinatie een hoogaf filter gevormd. Die de grens op 55 KHz/-3dB legt bij een halfopen stand van de volumeregelaar. Niet iets om zorgen over te maken overigens. Wil je dat voorbij dan kun je een volumeregelaar met een lagere weerstand nemen, wat weer andere nadelen geeft. 100 K is een mooi compromis.
De anodespanning op de 12SL7 ligt op 197 Volt. Wat een royale spanningzwaai met weinig vervorming voor de eindbuis mogelijk maakt. De mu-stage configuratie zorgt voor een lage uitgangsimpedantie die de 300B gemakkelijk aan kan sturen zonder dat de Millercapaciteit hier roet in het eten kan gooien. De balanspotmeter die de brom weg laat regelen aan de kathode van de 300B eindtriode is overbrugd door een paar vaste weerstanden. Dat maakt de werking stabieler en prettiger in te regelen. En bovenal, het klinkt gewoon beter. De kathodeweerstand is een 20 Watt type, zo'n "gouden" ding. Door het flink overdimensioneren houdt de weerstand het hoofd toch goed koel. De weerstand wordt ontkoppeld door een elco.
Neem hier wel een type van onbesproken kwaliteit. Een Black Gate bijvoorbeeld. Geen bezuiniging hier. Zo kostbaar zijn deze Black Gates niet. Weerstanden zijn ook persoonlijk. Ik ben fan van carbon weerstanden. Alan Bradley, Riken Ohm, Kiwame…
De bedrading is in de Stanley van hoge mechanische kwaliteit teflon draad. Niet superaudiofiel, gewoon goed. Oliver kreeg het mooie zilver wat ik zelf vaak gebruik. De draden zijn geïsoleerd met teflontube. De chassis zijn van hetzelfde materiaal gemaakt: koperplaat. Stan bestaat uit een losse bovenplaat in een houten frame. De cinch chassisdelen zijn op een separaat montageplaatje gezet. De luidspreker terminals zijn dezelfde die ook vaak in luidsprekers worden gebruikt. Ollie heeft een chassisplaat die aan de voor en achterkant 90 graden is omgezet. Dat maakt het grotere chassis erg stevig. De montage van de volumeregelaar en ingangskeuze wordt door de omgezette voor en achterzijde ook makkelijk te doen.
Wat meer vermogen nodig?...
Daar is ook een mouw aan te passen. Ik heb daar de "Big Oliver" kortweg "Big O" variant voor bedacht. Met een paar KR300BXLS eindbuizen is ongeveer een dubbel vermogen te halen. De versterker wordt vooral door de voedingstrafo wel een stuk heftiger in omvang. De voedingspanning en te leveren stroom is hoger, en de uitgangstrafo's zijn groter om het vermogen de baas te blijven. Ik heb de versterker zelf (nog) niet gebouwd, maar een andere vriend Jan wel. Op zijn site vind je daar alles over. Jan noemt hem de "Grand Olivier". De man houdt nu eenmaal van wat meer theatraler gebaren… Is hij ook artiest voor…
Houdt er wel rekening mee dat het een vreselijke Hernia veroorzaker wordt. Loeizwaar wordt de "Big O".
We gaan binnenkort verder met de opbouw in deel 3...
| Stanley en Oliver deel 1: | Inleiding.... |
| Stanley en Oliver deel 2: | Hoe zitten de versterkers in elkaar... |
| Stanley en Oliver deel 3: | De opbouw in beeld (eerste deel 1) |
| Stanley en Oliver deel 4: | De opbouw in beeld (eerste deel 2) |
| Stanley en Oliver deel 5: | De opbouw in beeld (eerste deel 3) |
| Schema 1 | De versterkers |
| Schema 2 | De voeding van Stanley |
| Schema 3 | De voeding van Oliver |
| Versterkerdeel "Big O" | |
| Schema 5 | Voeding "Big O" |
| Home | Triode Dick openingspagina |