Triode Dick's Page
Stanley
en Oliver
Twee 300B single ended
broers
Update:14-5-2002
De opbouw in beeld...
Na
het bedenken van een concept, hoe moet 'ie worden, de afmetingen, de gebruikte
componenten etc… moeten alle onderdelen een plek op en onder het chassis
krijgen. De koperen bovenplaat is bij de Oliver aan de achterkant omgezet,
Stan doet het met een separaat plaatje waar de ingang cinch delen op zijn
geschroefd. De Oliver manier maakt een steviger chassis door de haakse omzetting.
Juist omdat de trafo's daar ook geplaatst worden. Maar gezegd moet worden
dat Stan met zijn wat kleiner oppervlakte en toch 2mm dikke plaatwerk aan
stevigheid niks te wensen overlaat. Op de foto hier boven zie de Stanley.
Met passen en meten worden
de plaatsen bepaald waar de verschillende gaten in het chassis moeten komen.
Let vooral op de stand van de trafo's en spoelen.
Om
beïnvloeding door instraling onderling tegen te gaan worden de kernen loodrecht
op elkaar geplaatst. De voedingstrafo is het uitgangspunt en wordt zo gemonteerd
dat ook de voortrap met de gevoelige 12SL7's gevrijwaard blijft van brom
door instraling afkomstig uit de eigen voeding. Op zelfbestuiving zitten
we niet te wachten....
Dan begint het boren
en ponsen. Ik gebruik mijn verschillende Greenlee ponsen voor de gaten van
de buizenhouders. Ik heb ponsen van 22, 30,5 en 37 mm voor de verschillende
gaten. Een flinke investering, ik weet het. Maar als je van plan bent meer
met deze verschrikkelijk leuke hobby vaker bezig te gaan, toch een goede
investering. 
Als je de ponsen netjes gebruik in koper of aluminiumplaat gaan ze eigelijk nooit kapot. Een beetje vaseline voor het trekken van het gat aan de snijvlakken en het gaat als door boter…
Boren is helemaal geen
probleem. Ik doe het meeste gewoon met de accuboormachine. Wel even de afgetekende
gaten met een centerpunt beslaan. Kan er weinig verkeerd gaan. Een dikke
plaat multiplex eronder en boren maar. Zitten de gaten er in? Dan ontbraam
ik ze allemaal met een verzinktolletje. 
Zo, dit was het minder leuke gedeelte van de redelijke klus, wat het maken van het chassis toch is...
Nu volgt het ligt opschuren van de koperplaat. Dan met wasbenzine ontvetten en van een grondverflaag voorzien. De grondlaag laat eventuele kleine krasjes mooi verdwijnen. Na een half uurtje drogen gaat de gewenste kleur er op. Evenals als de grondverf gebruik ik spuitbussen van het merk Motip. Ik koop die in de plaatselijke auto-accessoires handel. Na een drietal dunne laagjes die om het kwartier zijn aangebracht volgen nog een paar lagen blanke lak. Ook van Motip. Daarna laat ik het een nacht uitharden. Maar pas op, de autolak is pas echt hard na veel langere tijd. Leg dus een handdoek op de werkbank als je de componenten gaat monteren. Blijf voorzichtig met scherpe voorwerpen.
We
beginnen met de trafo's. Het chassis kan dan mooi rechtop staan als de buishouders
en terminals geschroefd moeten worden. Maar eerst een kleine modificatie
aan de trafo zoals hiernaast te zien is. Om de bedrading en doorvoertules
ruim baan te geven.
Een
sluiting door insnijding van de bedrading moet je natuurlijk vooraf helemaal
uitsluiten.
De trafo wordt mechanisch
van het chassis ontkoppeld door dikke rubbertules. Draai ze handvast. Niet
te strak dus. Daarmee is het ontkoppeleffect ook als sneeuw voor de zon
verdwenen. Ik gebruik altijd een druppeltje "Loctite" aan de montagebouten
voor deze trafo. Lostrillen is dan niet meer mogelijk.
Als de voedingstrafo netjes
op het chassis zit, worden de uitgangstrafo's gemonteerd. De gaten waar
de aansluitdraden een verdieping lager gaan wordt vanzelfsprekend ook van
een doorvoertule voorzien. Wees niet gemakzuchtig hier. We willen toch geen
"tijdbom" inbouwen? Zo, nu kan de kast mooi rechtop en monteren we de buishouders.
Bij de mooie ceramische types voor de eindpitten is het oppassen geblazen.
Die draai je zo aan gort. Gebruik een kunststof of papieren ringetje om
het materiaal te ontlasten.
Deze
buishouders worden ook wat verzonken onder het oppervlak geschroefd. Om
sluiting met de bovenplaat ten alle tijden te voorkomen. De hedendaagse
productie UX4 buishouders hebben namelijk een beetje uitstekende bolletjes
van de klinknagels.
Ik gebruik een extra moertje
als afstandhouder. Dan een sluitring, kunststofring, buishouder, kunststofring,
sluitring en weer een moertje.
Een
beetje Loctite voorkomt dat je die te krachtig aan hoeft te draaien. Voor
alles vastgezet wordt, eerst even een buis in de houder steken, door het
chassis heen. Om de buishouder mooi uit te richten voor het definitief vastzetten…
De andere buishouders kunnen zonder veel omhaal gemonteerd worden. De draadhouders
of terminals worden gemonteerd en dan gaat de plaat in de behuizing. Vroeger
lijmde ik alles aan elkaar, maar tegewoordig schroef ik de delen aan elkaar.
Is toch veel praktischer als het onverhoopt weer los moet. Op de bovenstaande
foto's zie je ook de montage van de ontbrompotmeter. Bij Conrad zijn er
mooie montagesetjes voor te koop. Wat beter oogt dan het rechtstreeks vastschroeven
van deze potmeter.
Zo, dat begint nu ergens op te lijken. Aan de linkerkant zie je de twee schakelaars. De achterste voor het inschakelen en ander voor het al dan niet op "standby" schakelen.Oliver heeft deze laatste niet. Daar heb ik GZ37/CV378 gelijkrichters gebruikt met een hele mooie langzaam opkomende hoge voedingspanning. Stanley doet het met 5Z3 gelijkrichters, elektrisch gelijk aan de 5U4.
Hieronder nog een foto van de bovenkant van het vers gemonteerde chassis.

We gaan verder in deel 4 van dit verhaal....
| Stanley en Oliver deel 1: | Inleiding.... |
| Stanley en Oliver deel 2: | Hoe zitten de versterkers in elkaar... |
| Stanley en Oliver deel 3: | De opbouw in beeld (eerste deel 1) |
| Stanley en Oliver deel 4: | De opbouw in beeld (eerste deel 2) |
| Stanley en Oliver deel 5: | De opbouw in beeld (eerste deel 3) |
| Schema 1 | De versterkers |
| Schema 2 | De voeding van Stanley |
| Schema 3 | De voeding van Oliver |
| Versterkerdeel "Big O" | |
| Schema 5 | Voeding "Big O" |
| Home | Triode Dick openingspagina |